Ze was nog onderweg naar het hotel toen ze alweer gebeld werd.
’Allo?’
‘Agence des voyages à travers le temps. Goeiemiddag mevrouw Vandevelde.’
‘O, dat is snel!’
‘Ik heb het uitgezocht. Het is zoals ik verwacht had. U kunt helaas niet terug.’
Het voelde helemaal als zo’n slecht-nieuws-gesprek, met een boodschap die je ergens wel had verwacht.
‘Bent u daar nog, Marie-Rose?’
‘Ja, ik ben er nog. Ik moet het even verwerken.’
‘Zal ik proberen het u uit te leggen? Wilt u via de telefoon? Of wilt u nog een keer naar mij toekomen?’
Ze dacht even na.
‘Naar u toekomen!’ besloot ze, ‘Ik was nog op straat, onderweg naar het hotel. Ik kan met tien minuten er alweer zijn.’
‘U bent hartelijk welkom. En het spijt mij. Maar dan zie ik u dadelijk.’
Even later zaten ze weer tegenover elkaar in het stoffige winkeltje. Zij op haar stoel die nog niet was weggehaald. Hij op de hoge kurk achter de toonbank. Hij begon haar uit te leggen.
‘Weet u ? Het lijkt nog het meest op een ingewikkelde verkeerssituatie in een grote drukke stad waarvan telkens straten opgebroken zijn. Alleen veranderen in ons werk de situaties op een moeilijk uit te leggen manier. Je zoekt naar routes en doorgangen maar daardoor kunnen elders juist weer knopen en versperringen ontstaan. Je moet een soort instinct hebben voor de mate waarin mensen van hun vrijheid gebruik maken. Hebben ze dat gedaan dan horen de gevolgen daarbij. Meestal willen mensen die gevolgen ook wel, ook als ze er moeite mee hebben of er zich schijnbaar tegen verzetten. Ben ik nog te volgen?’
‘Eerlijk gezegd wel. Volgens mij leidt wat u me wil zeggen tot iets wat ik niet leuk ga vinden maar wat ik kennelijk wel zo gewild heb.’
‘Weet u, Marie-Rose, dat is natuurlijk helemaal niet aan mij om dat uit te maken. Mijn werk is gewoon te proberen of er voor u gaten en doorgangen te vinden zijn. Welnu, ik heb alles afgezocht maar ze niet gevonden. U hebt allebei ook op een prachtige manier gebruik gemaakt van de raadsels van de tijdparadoxen. U was er beiden vindingrijk en speels in als ik het zo mag uitdrukken. Ferrier blijft me verbazen met de inzichten vanuit zijn kunstenaarsziel. Een heel bijzondere man, werkelijk heel bijzonder. Maar zijn bekendheid perkt de mogelijkheden verder in. U kende zijn naam ook al en er moest bij u ook op een nogal harde manier worden ingegrepen, in uw herinneringen hè? Dat is niet niks. Ook al heeft u ze allemaal weer netjes teruggekregen.’
‘Ik kon het aanvaarden,’ zei ze. ‘want het is ook iets heel ouds. Is het niet de mythologische stroom der vergetelheid? Lethe, als ik het wel heb? Dat is toch geen plagerij der goden, dat heeft toch zin? Ik heb echt mogen ervaren hoe zinvol dat was. U hoort mij daarover niet klagen, meneer.’
‘Ik moet nog iets vertellen, Rozemarijn. Mag ik af en toe uw andere naam gebruiken?. Eén herinnering is nog achtergehouden. Die komt vanzelf terug als de tijd rijp is. Het zal heel mooi en ontroerend zijn wanneer dat gebeurt. Waarschijnlijk wordt het door iets uiterlijks getriggerd. U wordt nog een klein beetje beschermd denk ik, want u heeft heel veel meegemaakt. Als het komt, zult u waarschiinlijk verwonderd en dankbaar zijn.’
‘Ik heb geloof ik de laatste dagen wat nederigheid geleerd, monsieur, op een hele mooie manier. Als het komt, dan komt het dus.’
‘Ik bewonder u, Rozemarijn, om uw houding. Ik kan u nu nog wat over Claude Ferrier vertellen wat u niet in de geschiedenisboekjes zult tegenkomen maar wat wij binnen de vertrouwelijke setting van ons werk wel hebben ervaren. Hij is zoals te verwachten na uw verdwijning inderdaad naar de gendarmerie gestapt en heeft veel steun gehad aan de commissaris met wie hij te maken heeft gehad. Wat algemeen bekend is is dat hij later nog een keer getrouwd is en een dochter had. Maar het verhaal van u beiden is een verborgen aangelegenheid gebleven. Waarschijnlijk is hij over de ontmoeting met u nooit meer echt heen gekomen. Maar u ook niet denk ik zo. Ik denk dat u dat beiden ook zo gewild hebt. Mag ik dat zo zeggen?’
‘U heeft het al gezegd en ik weet dat het waar is.’
‘Ferrier heeft met niemand over kunnen spreken. Misschien geprobeerd met zijn vriend Pierre maar die begreep het niet. Maar wat ik zeg is gelukkig niet helemaal waar. Want er was toch één uitzondering. En dat betekende heel veel voor hem.’
‘Dus hij heeft er wél met iemand over kunnen spreken!’
‘Ja, met de commissaris van politie die het onderzoek naar uw eh… vermissing leidde. Het was trouwens ook erg schrijnend. Ferrier vond u niet maar wel àl uw kleren op het strand. Echt alle.’
‘Ja, ik weet dat ik met de taxi aankwam en moderne kleren had. Oh! Al mijn kleren?’
Het bericht kwam nu pas bij me binnen.
‘Maar dat moet echt vreselijk voor hem zijn geweest! Arme Claude!’
‘Ja, het was een schok. En je kunt er van alles bij gaan denken als je je ongerust maakt! Ik weet het omdat het in de protocollen van het politiebureau vastgelegd is, en we zijn eh… nogal precies in deze dingen en vinden zulke sporen vaak terug. De commissaris van toen was al op leeftijd en zat tegen zijn pensioen aan. Dat hadden commissarissen toen ook. Dus veel ervaring met de menselijke natuur en met puzzels en de slagen van het lot. Hoe dan ook, het wordt dan erg interessant. Hij gaat in 1902 met pensioen en dan doet hij iets opmerkelijks. Iets wat vandaag de dag vaker voorkomt dan toen. Hij begint een ander beroep. Maar dat andere beroep maakt gebruik van de ervaring die hij als politiecommissaris heeft opgedaan. Enig idee wat hij ging doen?’
‘Ik heb echt geen idee! Maar u kunt wel erg spannend vertellen. Dus ik wil het weten.’
‘En als ik u zeg dat u het misschien raden kunt? Het heeft vooral te maken met die ene zaak die dus over u ging. De zaak Duchamps.’
Ze kreeg ineens de ingeving.
‘Wat? Wacht eens even….Is deze commisaris dan misschien….. uw oom?’
‘Eén generatie terug nog, Marie-Rose! Mijn oudoom!’ zei hij. ‘En hij is dit reisbureau begonnen. Of hij echt klanten heeft gehad weet ik niet. Zijn neef, mijn eigen oom, is het die er een echt bureau van heeft gemaakt. Maar de fijnzinnigheid van de daarvoor benodigde research, en het inzicht in de menselijke natuur, en de open mind die je nodig hebt om iets in feite zo krankzinnigs op te zetten als dit… die komen van mijn oudoom. Hier hangt een foto van hem.’
Hij wees achter zich maar Marie-Rose zag alleen een plek op de wand waaromheen het behang verbleekt was.
‘Er hangt geen foto, monsieur! Heeft u die misschien al ingepakt?’
‘Oh, mille excuses, natuurlijk. U hebt gelijk maar ik vind die nog wel. Momentje alstublieft…’
Hij zocht in dozen en stommelde wat door de winkel en diepte ineens een fotolijstje op.
Marie-Rose bekeek de foto. Ze zag geen familiegelijkenis met de eigenaar van het winkeltje, maar wel iets in de blik. Een manier van kijken, een combinatie van ernst en verfijnde humor die je in lachrimpeltjes om de ogen en iets rond de mondhoeken kon zien.
‘Die foto is van ná zijn pensioen.’ zei de oude man, ‘Hij zal hierop zo rond de zeventig zijn.’
‘Een bijzonder mens, lijkt me’, zei zij terwijl ze de sepia afdruk aandachtig bestudeerde, ‘en ook echt een ménsenmens. En hoe is hij het reisbureau dan begonnen?’
De grijsaard keek haar taxerend aan.
’Ik hoop dat u dit kunt hebben,’ zei hij, ‘maar het zit zo. Het verhaal van uw geliefde, van Claude, heeft hem aan het denken gezet. De commissaris twijfelde er altijd aan, of u eigenlijk wel verdwenen was. En uw man ook. Zo noem ik hem, want dat verdient hij. Die twijfelde meer voor de vorm denk ik. Want die wist wat er speelde. Ze hebben contact gehouden en vrij openhartig gepraat ook. Zoals gezegd: dit was voor Claude Ferrier een grote steun. Maar mijn oudoom de commissaris is toen verder gegaan en begon met dit reisbureau. De rest weet u.
Maar nu komt het. Op een dag loopt u bij mij dit bureau binnen. We plannen uw reis en die leidt tot de gebeurtenissen die maken dat wij nu hier zitten. Maar wat denkt u? Zouden wij hier zitten als mijn oudoom niet het reisbureau begonnen was?’
‘Nee,’ zei Marie Rose, ‘natuurlijk niet.’
‘Maar wat was de aanleiding ook alweer dat hij daarmee begon?’
Ze waardeerde de openhartigheid van de grijsaard. Het bracht haar ook op een bepaalde manier in contact met haar geliefde. Omdat iets van hun gezamenlijk leven ontsluierd was. En iets van het vervolg verscheen. En dat het gevolgen had gekregen. Maar tegelijk was het alsof haar keel langzaam werd dichtgeknepen. Een weefgetouw van menselijk lot, bestaande uit doodgoeie mensen. En dan ineens die kortsluiting. Alles werd gruwelijk zinvol, en gruwelijk onzinnig tegelijk. Ze voelde duizelingen komen en zocht steun aan de rand van de tafel. De grijsaard pakte haar beide handen. Ze zat met wijdopengesperde ogen. Het leven was geen spelletje meer. In wat voor geopende kosmos keek ze ineens? En wat had ze eigenlijk gedaan? Wat had ze de mensen om haar heen allemaal aangedaan? Eigenlijk was het te gruwelijk voor woorden. En toch zoveel zinvols en zoveel liefde die eruit ontstond? Ondanks alle buitelingen? Haar woorden die uiteindelijk kwamen waren volstrekt onnozel, en totaal niet in verhouding tot dat andere, dat wijde, die onverdraaglijke vortex van betekenis, om niet te zeggen maalstroom.
Toch maar blijven praten. De grijsaard knikte haar bemoedigend toe, maar zijn ogen stonden diep ernstig.
‘Oh, monsieur, mais, mais……, c’est pas possible, hein? Dat kan toch niet? Toch niet mijn eigen verdwijning? Mijn tijdreis? Ikzelf?’
‘Oui, ma chère Marie-Rose. Zo is het gegaan. U bent zélf de aanleiding. Dit hele tijdreisbureau is het gevolg van uw verschijning in 1901. Maar die verschijning was alleen mogelijk doordat u bij mij, één van de opvolgers in de branche, het reisbureau binnenliep. Maar hoe kunt u nou in 1901 verschijnen als de mogelijkheid daarheen te reizen vanuit 2021 daarvan het gevolg is? Wanneer en hoe is de mogelijkheid dan ontstaan?’
Marie-Rose dacht lange tijd diep na. De grijsaard wachtte geduldig de inwerktijd van de boodschap af, in al zijn cirkelende en duizelig makende implicaties.
‘Dus het reisbureau zelf is het gevolg van mijn idiote tijdreis.’ zei ze zwakjes.
’Zo is het.’ zei de grijsaard onverwacht zonnig, ‘Maar gelooft u mij! Mijn branche zit het helemaal vol met dit soort dingen. Uw reis is dus de aanleiding dat dit bureau bestaat. En het was geen idiote reis. Het was een reis uit liefde. En nu loopt het ook nog eens zo, dat het bureau gaat sluiten, ik met pensioen ga en u mijn laatste klant blijkt! En zonder die allerlaatste klant was dit hele bureau er dus nooit geweest. U begrijpt waarschijnlijk langzaamaan dat ik op u moest wachten, voordat ik pensioen kon. En of ik dat wist? Natuurlijk niet! Boeiend, hè? Nou, wat vindt u er allemaal van?’
Marie-Rose dacht ineens aan Claude.
‘Ik weet wat Claude zou zeggen.’ mijmerde ze, ‘Hij zou zeggen dat de paradox van de liefde groter is dan welke tijdparadox ook. En dat liefde echt is en werelden schept.’
‘Dan is uw man niet alleen een geniale componist,’ zei de grijsaard, ‘maar ook een wijs mens. En een lieverd. Maar dat laatste komt, denk ik, vooral door u. Ik denk dat hij daar een zetje moest krijgen. En dat zetje moest pure liefde zijn. Puur om wie hij is. U gaf, of u wás dat zetje. Of u dat nou van plan was of niet.’
Toen heeft ze voor de zoveelste keer die dag gehuild. Het ware goede, warme en milde tranen, maar toch weer heftige. En ze werden uitgehuild in de tegenwoordigheid en de armen van een goed, warm en mild mens.
’U zegt dat mooi.’ zei ze na lange tijd, ‘Het is zo. En de cirkel is nu rond.’
’Helemaal rond!’ bevestigde hij, ‘Het werk van dit bureau is klaar. Hoe ontzettend rond de cirkel is? U heeft geen idee! Maar ik ook niet, hoor!’ voegde hij er giechelend aan toe, ‘En daarom moest ik uw verzoek afwijzen.’
‘Omdat het rond is.’
‘Ja. De zaak Duchamps is na al die jaren eindelijk rond. Dat zou mijn oudoom als ex-politieman zeggen.’
‘Dan zijn we nu klaar, monsieur. Dank u voor alles. En fijn dat ik nog bij u langs kon komen.’
‘Het betekende ook veel voor mij, Rozemarijn, Marie-Rose. Nou, adieu dan!’
‘Adieu!’
Achter haar werd de winkeldeur op slot gedraaid en de jaloezieën neergelaten.
Ze stond op straat.



