Denise was voor de tweede dag wakker geworden in een hotel dat ze van vroeger kende maar er anders uitzag dan ze in herinnering had. Ze vond het verwarrend. Want ze was eigenlijk voor de herinneringen hier naartoe gekomen. Toen ze voor het eerst hier was, reisde ze met haar oudere vriendin. Die was net haar geliefde geworden en had ongeveer de leeftijd die zij nu zelf had.
De reis van nu was in feite een geheime rendez-vous met haar gestorven geliefde Grace. Het was haar manier van rouwen. Maar het was ook het inlossen van een belofte geweest.
‘Denk erom!’ had Grace gezegd, ‘Als ik er niet meer ben, pak de draad van je leven goed op! Ik wil niet dat je om mij rouwt. En als je dat toch doet, doe het dan niet in zwart. Draag je eigen kleuren. Als je plekken van ons bezoekt, leef in onze gezamenlijke herinneringen. Maar neem die plekken ook zoals ze nu zijn. Zoals ze zich aan je voordoen. Ik wil dat je gelukkig wordt, Denise! Als ik er zelf niet meer zal zijn, is mijn liefde voor jou er nog steeds. Ik hoop dat jou dit troost en je moed en kracht geeft. En plezier! Maak alsjeblieft ook plezier!’
Denise wilde gehoorzaam aan haar geliefde zijn. Het was meer dan alleen meegaan met de wil van een ander. Al was dit moeilijk, het paste ook bij haar eigen levenshouding, net als bij die van Grace. Daarom waren ze ook zo innig samen geweest.
Het was goed en weldadig geweest om gisterenavond in een mooie rode jurk in een concert te zitten. Het was ook goed om hier te zijn. Zoals het nu is en hoe het zich nu aan je voordoet. Wat tegenviel was dat dat zo verwarrend bleek.
De ontmoeting met Marie-Rose was een cadeautje geweest. Maar ook emotioneel verwarrend. Omdat het haar onweerstaanbaar deed denken aan haarzelf, lang geleden. Haar eigen ontmoeting met Grace, ook al vanwege ongeveer een zelfde leeftijdsverschil. Deze ontmoeting nu zou niet tot een liefdesrelatie worden maar mogelijk tot innige vriendschap. Dit was maar goed ook. Want Denise was volop in de rouw en stond helemaal niet open voor een nieuwe intieme relatie. De jonge vrouw was ook duidelijk op mannen, en niet op vrouwen. Dat had ze meteen gemerkt. Toch ontroerde en raakte Marie-Rose haar tot op het bot. Ze was zich bewust van de haarfijne, beweeglijke en toch ook wezenlijke scheidslijn die bestaat tussen intieme vriendschap tussen vrouwen en de overgang naar het erotische. De scheidslijn was op vrouwelijke wijze fijntjes en fluctuerend. Maar tegelijk resoluut en duidelijk. Het trekken van die lijn, als je die waarnam en onder ogen wilde zien, deed je uiteindelijk het beste zelf.
Wat echt verwarrend was: Marie-Rose leek hier op een bepaalde manier anders dan de jonge vrouw die ze in de trein had ontmoet. Er waren zelfs uiterlijke verschillen. Bijna alsof ze bij hun eerste ontmoeting gewoon niet goed had opgelet. Alsof de jonge vrouw op reis wat rechter, wat slanker en qua karakter ook rechter was geweest dan de uitermate betoverende verschijning die ze hier na hun aankomst bleek en die… Denise grinnikte inwendig en keek er met tederheid naar, haar uitwerking niet gemist had op monsieur Ferrier. Maar de zo etherische ogende Marie-Rose bleek uiteindelijk toch nèt zo pittig, intelligent en zelfbewust als ze bij hun eerste contact was geweest. En dus had Denise wél goed gekeken. Dat deed ze trouwens bijna altijd. En toch: in hun her-ontmoeting in dit hotel klopten dingen wel, maar andere dingen klopten niet.
Merkwaardig. En ja: verwarrend.
Ach, waarom wil ik toch altijd dat de dingen kloppen? bekritiseerde ze zichzelf, omdat ze die neiging van zichzelf wel kende.
Het hotelgebouw was haar andere, grote puzzel. Ze was op zoek gegaan naar plekken met herinneringen. Maar er was zoveel veranderd dat het haar de grootste moeite kostte ze te vinden. Het leek hetzelfde gebouw. Maar wat was er toch gebeurd? Hadden ze het onlangs misschien terug-gerestaureerd?
Ze had in gesprek met Marie-Rose iets uitgekraamd over haar eigen negentiende-eeuws zijn maar dat had ze eigenlijk meer voor de vorm zo uitgedrukt. Het was een tijd waar ze sterke innerlijke affiniteit mee had. En dus ook met dit hotel. Ze was ook cultureel onderlegd en enorm belezen op dat punt.
Juist daardoor had ze het gevoel ineens in een kostuumdrama te zijn beland. Gisterenochtend klopte dit al even bij haar aan. Die dames en heren op het terras waren echter geen acteurs maar gewone mensen. Zij en Marie-Rose voerden hun gesprek over moderne jurken. Ze begon iets door en door vreemds te voelen, iets wat ze niet kon duiden. Maar ze was er nog niet klaar voor. Het beangstigde haar en dus klampte ze zich maar aan het gesprek met de jonge vrouw vast en liet de zuigende absurditeit verder pruttelen op een zo laag mogelijk vuurtje. De jonge vrouw leek geen last te hebben van desoriëntatie. Zijzelf des temeer.
Ze voelde zich in iets ongrijpbaars verdwaald. Ze wist niet meer wat waar thuishoorde en waar zij zich zelf bevond in het geheel. Dit past bij mijn rouw, hield ze zich nog voor. Die gedachte hield haar een klein beetje bij elkaar.
Ze dwaalde door trappen en gangen. Ze was verheugd als ze een ruimte herkende. Gaandeweg werden het er meer. Ze trof voorwerpen aan die ze kende, marmeren beelden, schilderijen, porselein, meubilair. Maar ook daar leek het telkens alsof die grondig gerestaureerd en gerenoveerd waren. Sommige dingen zagen er ronduit als nieuw uit. De grote Pleyel- concertvleugel was zo’n voorbeeld. Het had haar stilletjes verbijsterd hoe het instrument eruit zag en klonk alsof het gloednieuw was. En paste al dit tot nieuwstaat gerenoveerde eigenlijk wel in de moderne tijd? Waarin het oude vaak bewust oud wordt gelaten omdat mensen prijs stellen op verweerdheid en het craquelé van doorleefde oppervlakken?
Ze had gehoopt dat ze getroost en gesterkt zou worden in haar herinneringen aan deze plek. In plaats daarvan voelde ze zich een gefrustreerde archeoloog, stoffig en verwoed aan het werk om de sporen van de dingen te herleiden tot het leven van weleer dat ze zocht.
De humor én de herinnering aan Grace zelf kwamen haar uiteindelijk te hulp. Als ze deze fysieke zoektocht samen zouden hebben ondernomen? Oh, ze zouden onnoemelijk lucide gesprekken hebben en hun gezamenlijke energie hebben ingezet als ze weer ergens op uit gingen, figuurlijk gezegd: samen uit vissen gingen. Dat kon zo goed met Grace! Ze zouden telkens nieuwe details ontdekken. Ze zouden het ongerijmde samen aanvaarden. Uiteindelijk zouden ze sneller dan Denise in haar eentje tot de enig juiste oplossing van het raadsel zijn gekomen.
Maar al was ze nu alleen, ze kwam er ook achter. Ze concludeerde dat niet het hotel in verwarring en gevecht met de tijd was, maar zijzelf. Eenmaal bij deze conclusie aangeland werd alles haar duidelijk. Van de absurdheid van deze gedachte trok ze zich niets aan. Dat had ze van haar geliefde geleerd. Grace was een bekwaam en begenadigd onderzoeksjournalist geweest die zo ver gekomen was in haar vak omdat ze altijd bereid was op basis van het verzamelde materiaal conclusies te trekken maar ook weer te laten gaan en in te ruilen voor nieuwe inzichten. De mening dat iets absurd was en om die reden niet nader onderzocht hoefde te worden vormde de grootste hinderpaal voor de menselijke onderzoeksdrang. Grace trok zich daar dus niets van aan. Dat maakte haar goed in haar vak.
Okay recapituleerde Denise, als trouwe leerling van haar grote liefde: de oplossing is dus dat niet het hotel in de tijd verward is geraakt, maar ikzelf.
En toen was het simpel. Weliswaar nog steeds onverklaarbaar maar simpel. Het was een kwestie van nog eens langs de ruimtes gaan en ze met andere ogen bekijken. En dan de trappen nemen richting de hotelreceptie en de proef op de som nemen. In de lounge verse ochtendkranten raadplegen.
Ze nam een aantal van het rek, waar de dagbladen aan houten stokken hingen. Ze nam de tijd. Ze wist wat haar te wachten stond. Ze wilde alleen de bevestiging. Ze bestelde dus rustig haar café au lait die tevens haar ontbijt op deze ochtend inluidde. Ze nam plaats in een Chesterfield fauteuil. Ze sloeg het eerste Franse dagblad open. Ze zag het direct. De datum van vandaag. Mardi, le 23 juillet 1901. Dinsdag 23 juli 1901.
Schrikachtiger aangelegde naturen dan zijzelf zouden nu hevig ontsteld zijn. Maar zij, samen met haar onzichtbare Grace, knikte tevreden.
Voilà. Dit is de verklaring. Ik ben door de tijd gereisd. Dat is dan ook weer duidelijk.
Even was er een kleine concessie aan de ongerustheid. Maar eigenlijk overheerste nieuwsgierigheid. En ik ben erg benieuwd of ik ooit nog terugkom.
Ze begon haar innerlijke wereld na te lopen, in stille dialoog. Ze wist niet precies met wie ze dan sprak. Maar het gesprek was helder en zinvol.
‘Is Grace daardoor dichterbij of verder weg voor me?’
‘Dat maakt niet uit. Ze is net zo dichtbij en net zo ver weg.’
’Dat klopt. Het scheelt voor mij ook. Het maakt het voor mij minder belangrijk of ik terug kom.’
‘Ja, omdat jij er gewoon bent. En omdat Grace is waar ze is.’
’Oh! Omdat Grace buiten de tijd is?’
‘Inderdaad.’
Maar die jonge vrouw? Die is met mij meegereisd!’
‘Nee, andersom. Jij bent met haar meegereisd!’
‘Wacht eens. Dat is toch helemaal niet duidelijk, dat dat zo is?’
‘Nee, verre van duidelijk. Maar zo is het wel.’
Denise deed het innerlijke equivalent van een sigaret opsteken. Dat wil zeggen: afstand nemen om hier even over na te denken. Daarna de onzichtbare sigaret uitdoven en verder gaan met deze innerlijke check. Dit soort dialogen hebben gezag, wist ze. Ze nam ze altijd serieus. Ze ging verder:
‘Ook dit klopt. Denk ik. Hoewel ik niet weet waarom. Maar de jonge vrouw lijkt van niets te weten.’
‘Nee, daar ziet het naar uit.’
‘Ik kan het er met haar dus niet over hebben.’
‘Nee, dat gaat niet. Nu niet. Misschien komt ze er zelf op. Of misschien is ze toch iemand anders. Iemand uit deze tijd die gewoon heel erg op haar lijkt. Dat heb je soms ook.’
‘Ik vind haar erg ontroerend.
‘Ja, ze is ontroerend. Maar jij bent ook ontroerend. Jij bent gekomen voor Grace, en nog om een andere reden ook.’
‘Ja, dat is zo. Nu moet ik alleen zien of daar nog van komt.’
‘Je bedoelt in dit tijdsgewricht?’
‘Ha, tijdsgewricht! Wat een mooi woord. Zeg, eh… ben jij misschien toevallig Grace?
‘Zeg ik lekker niet. Ga maar verder rouwen om m.., om haar, bedoel ik. Maar wel in stijl, hè?’
‘Dus nog een café au lait bestellen. Kranten lezen, ook Britse. En mezelf ondergedompelen raken in de pers van 1901 en wat er speelt. Want als ik hier nou tóch ben..’
Ze was zo dapper. Maar het gedrukte papier was onderhand wel nat geworden van haar tranen. Ze miste haar zo.
De tranen horen nu eenmaal bij liefhebben, probeerde ze nog. Grace had dat kunnen zeggen. Denise zei het tegen zichzelf. Maar als ze eerlijk was? Het hielp niets. Het deed nog net zo zeer.
Dadelijk naar buiten gaan. Een lange wandeling maken. Geen afspraak met Marie-Rose. Dat komt wel weer. Kijken waar die begraafplaats is. Of je die te voet kunt bereiken. Niet het graf van Grace want dat is hier niet. Maar dat andere graf. Als dat er tenminste is, in dit..oh, alweer dat Grace-woord. Zo beeldend en trefzeker: in dit tijdsgewricht!’
‘I love you.’ antwoordde ze hardop.



