Ze had zich aangekleed en was op haar fiets gesprongen. Als vanzelf kwam ze Hyacint tegen, ook op de fiets onderweg, hard trappend en met van allerlei volgepropte zakken wiebelend aan het stuur. Ze hielden allebei stil. Hyacint zei dat Trisha en zij dadelijk paraat zouden zijn. Ze hadden alleen nog een beetje tijd nodig om alle dingen voor Rosanne te verzamelen.
‘Jullie hoeven echt niet zoveel moeite voor mij!’ probeerde die nog.
‘Hoor eens, Rosanne, laat ons nu maar. Je hebt nu even geen inspraak. Maar straks alle keuze, hoor! Het gaat tenslotte om jou.’
‘Dank je, Hyacint! Zeg, waarom doen jullie dit eigenlijk?’
‘Omdat we dat leuk vinden, natuurlijk! Heel erg leuk. Nou dag, hoor! Ik moet snel verder. Tot straks in dat grote huis! Bij Daphne, toch?’
Ze sprong weer op haar fiets en slingerde met haar tassen ervandoor.
Rosanne reed langzaam verder. Hier en daar nam ze op het strand nog even afscheid. Ze verwonderde zich daar zelf over.
Alsof ik een verre vliegreis ga maken!
Misschien was het op een bepaalde manier ook wel zo. Terwijl ze toch de meesten van haar klasgenoten vanavond weer zou zien. Zeker als het afspraakje onverwacht saai zou blijken en de betovering van overdag niet zou standhouden. Maar ook als het geweldig zou worden met John. Om tien uur vanavond zou het dansen beginnen. De plek was bekend, het was vaste prik. Daar zouden ze allemaal zijn. En samen dansen was tegelijk onderdeel van haar afspraak met John.
‘Tot straks!’ riepen ze naar haar. Ze zwaaide terug en zette de vaart erin. Het bleek nog geen vier minuten fietsen. Ze had gedacht dat het tien minuten zouden zijn. Maar haar fiets was snel, haar conditie was goed, en haar snelheid kwam natuurlijk ook een beetje vanwege de opwinding.
Het huis waar ze stil hield was haar vaag bekend, want ze was er vaak op haar fietstochten langsgekomen. Heel groot en breed. Qua stijl meer een stadshuis en geen landhuis. Maar hier buitenaf vrijstaand en in de breedte gebouwd. Het was nieuw, van lichtgele baksteen en meer luxueus dan mooi. De voordeur was in het midden. De grote ramen hadden markiezen als geloken wimpers die in de zachte kustwind langzaam deinden en metalig piepten. In de rustige namiddag van deze zonnige dag beschaduwden ze met hun oranje en witte stofstrepen de ramen en de vertrekken binnen.
Het huis lag direct aan de duinen. De tuin was groot. en aan de randen zanderig. Naast het huis was de rode gravel van een afgerasterde tennisbaan te zien. Aan de voorkant ging het duinachtige terrein met helmgras over in een totaal niet bij de omgeving passend strak gazon dat er opgeplakt en zo groen als een biljartlaken bij lag en waarlangs borders met roze rozen stonden.
Ze zette haar fiets tegen het dubbele metalen hek bij de ingang neer, bedacht zich toen, liep het hek door en plaatste die aan de andere kant. Haar nieuwe vriendin zat in een tuinstoel bij een van de borders. Ze zwaaide en liep haar tegemoet. Ze droeg een tennisrokje en een gestreepte polo. Waarschijnlijk maakte het niets uit wat dit meisje droeg, want ook hierin was ze weer heel aantrekkelijk om te zien. Ook het baseballpetje dat slordig over haar haren geklemd zat , stond haar geweldig.
Ze zag Rosanne’ s verwonderde blik over het grasveld glijden. Ze begon meteen te lachen, terwijl ze beide handen van haar gast in de hare nam.
‘Afschuwelijk hè? Vind je ook niet?’
‘Nou ja,’ zei Rosanne die beleefd wilde doen, ‘eh, heel apart! Midden in een duinlandschap zo’n groen grasveld.’
‘Ach wat!’ zei Daphne, ‘Dat is toch bespottelijk! Ik háát het. En dan spijt het me weer zo voor de arme grashalmpjes die hier hun best doen. En dan schaam ik me dat ik zo lelijk over ze spreek. Weet je, het is mijn vader. Hij is Amerikaan. En hij is zó ontzettend Amerikaans. Hij heeft, toen we hier gingen wonen het zand laten afgraven. Er moest en zou een rozentuin komen. Had hij ergens in een film gezien en dat vond hij mooi. En ook een sappig, groen gazon. Arme Hollandse duinen! Er is ook, heel Amerikaans, een compleet automatisch bewateringssysteem aangelegd dat al dat groen ook groen moet houden. En tweemaal per week komt een tuinman uit het dorp, maait het kort en verzorgt ook de rozen. Ze zijn natuurlijk van de gemeente al eens langs geweest of dat allemaal wel mocht. Natuurbescherming. Waarschijnlijk niet. Maar mijn vader krijgt altijd alles voor elkaar. Daarin is hij trouwens wel een klassieke papa. Want hij kan echt alles! Alleen doet hij nooit iets zelf. Hij láát het altijd doen. Dat is dan weer wat minder.’
‘Waar komt jouw vader vandaan?’
‘Uit Denver, Colorado.’
‘Hebben jullie daar gewoond?’
‘Nee, ze hebben elkaar hier in Nederland ontmoet. Maar zomers zijn we er bijna altijd. My Rocky Mountain Accent is incredibly thick.’
Dat laatste klonk inderdaad voor Rosanne’s oren indrukwekkend. ‘Het is ook handig,’ vervolgde het meisje, ‘want op school hoef ik natuurlijk nooit iets te doen voor Engels. Maar ik heb wel altijd ruzie met die stomme, achterlijke lerares. Want die vindt dat ik Brits Engels moet leren spreken. Brits! Ik versta die mensen nauwelijks! En zijzelf praat heel raar Engels, met een Amsterdamse tongval. Come on, be realistic, zei ik dus tegen haar en kreeg van het kreng prompt een onvoldoende op mijn rapport. Nou, Brits kun je bij mij dus wel vergeten!’
‘En je moeder?’
‘Een Nederlandse. Ik heb beide nationaliteiten. Dat is best handig. Over twee jaar ben ik zestien en heb dan mijn Amerikaanse rijbewijs. Ook handig. Maar van dit grasveld hou ik dus niet. Ik vind het té. En ik vind het bezopen. Haha, maar dat is het ook, bedenk ik me, door al die beregening! Kom, ik wil je naar mijn kamer meenemen. Ga je met me mee naar binnen?’
Ze liepen een grote trap op en kwamen uit op de eerste verdieping die als een galerij was met een heel aantal deuren.
‘Hier woon ik.’ zei Daphne terwijl ze één van de middelste deuren opende, ‘Die twee andere deuren zijn ook van mij, maar we nemen nu deze. Gelukkig is de slaapkamer van mijn ouders nog een heel stuk verder. Daar, helemaal aan het eind. Richting de horizon dus.’
Ze giechelde.
‘Waarom vind je dat fijn?’ vroeg Rosanne.
‘Dan horen ze me niet als ik te laat thuis kom of iemand meeneem! Op dit tapijt kun je met kousenvoeten geluidloos lopen. De deuren zijn ook allemaal nieuw en piepen en kraken niet. Allemaal heel handig voor een meisje van veertien, zoals ik. En ik hoor hen ook niet. Dat is ook fijn.’
Rosanne keek haar vragend aan.
‘Ik vertel het je straks wel. Kom eerst maar bij me binnen.’ zei Daphne en hield de deur voor Rosanne open.



