‘MAAR JE KUNT toch niet net doen alsof er niets aan de hand is, Anthony!’
‘Dat doe ik ook niet, Francesca!’
‘Dat doe je wel!’
‘Nietwaar!’
Ze stonden tegenover elkaar in de werkruimte van Francesca. Ze keek hem wanhopig aan. Zij stond stil en kaarsrecht. Zij zag voor haar doen bleek. Hij liep ondertussen onrustig heen en weer en leunde dan eens tegen een van de kasten, dan tegen de rand van een tafel in het midden. Hij liep naar het raam, draaide haar de rug toe en keek naar buiten. Hij draaide zich weer om en keek naar haar. In zijn donkere ogen stond ongerustheid.
Ongerustheid om mij, dacht ze, Niet om zichzelf. Maar goed, dat is al iets om mee te beginnen.
‘Francesca, het zijn maar acht dagen! Ik heb hier helemaal naartoe geleefd. Ik weet ook wel dat het vermoeiend is maar ik geniet er ook van! Dat weet je toch? Hierna hebben we een rustige tijd gepland en…’
‘O, Anthony, hoor je hoe je praat? Een rustige tijd gepland! Gepland! Bij jou is alles altijd gepland! Maar sommige dingen laten zich nu eenmaal niet plannen! En bij mensen helemaal niet! Nou ja, niet helemaal waar. Soms wel, soms niet..’
Ze voelde haar tranen opkomen en verwenste die. Want ze wist wel dat achter haar boosheid haar liefde was en dat de tranen daaruit voortkwamen. Maar ze had nu de kracht van haar boosheid nodig. Ze veegde ze weg uit haar ogen met een bijna verachtend gebaar en met een nijdige zwaai.
Nee, ik wil nu niet huilen! Hoezeer mijn gemoed ook op huilen staat. Ik moet nu sterk zijn!
Hij kwam naar haar toe. Ze was klein van stuk, met een olijfkleurige vrij donkere huid, met een ovaal toverachtig mooi Madonna- gezicht maar met een wilskrachtige mond en kin. Als ze boos of opgewonden was gooide ze die omhoog. Ze had lang donker haar dat enigszins golfde en grote ogen die nu als donkere edelstenen onder de energie van haar blik opvlamden. Wanneer Anthony dat zag wist hij weer dat met haar niet te spotten viel.
Ze was sierlijk, maar innerlijk zeer sterk.
‘Je bent net als ik’, zei hij. ‘Zie je wel? Je wilt net als ik sterk zijn en je bént ook sterk. Eigenlijk weet ik wel dat jij sterker bent dan ik. En je kunt geen onmacht verdragen.’
‘Maar jij ook niet, Anthony!’
‘Nee, ik ook niet,’ gaf hij toe. ‘En daarom doe ik waarschijnlijk zoals ik doe. Francesca, ik hou zo van jou. En ik…. ik...’
Hij zweeg.
Francesca voelde hoe ze van binnen wat zachter werd, maar dat haar energie gelukkig intact bleef. Toch deed ze een stap naar achteren, voor dat beetje extra distantie dat ze nodig had om hem te kunnen zeggen wat ze te zeggen had.
‘Je aarzelt. En volgens mij weet ik wat je wilde gaan zeggen. Ik neem nu maar even de gok. Spreek me tegen als je wilt. Je wilde zeggen: “En ik houd van het festival!” En toen hield je je in. Misschien omdat je dacht: ik wil haar niet op de tweede plaats stellen en toen vroeg je je misschien af: en hoe zit dat nou echt? Anthony, ik weet niet of ik goed geraden heb. Misschien zit ik er wel helemaal naast. Maar voor het geval ik wél goed geraden heb, zeg ik je nu iets. En anders zeg ik het je ook! Natuurlijk houd je van het festival en ik weet: never ask a man to choose between his work and his wife! Dat hoef je dus ook niet. Ik hou van jou. En bij jou hoort wat je doet en alles waarvoor jouw hart klopt. Ik sta achter je en naast je. Maar nu sta ik ook eens vóór je. En ik vecht wel met je maar ik doe het uit liefde. Zeg me alsjeblieft dat het uit liefde is!’
Nu waren bij hem ook de tranen er. Oh Francesca…
‘Cara Cesca, ja. Het is uit liefde!’ zei hij en sloot zijn armen om haar heen. ‘Ik voel dat. En je hebt ook gelijk in waar je om vecht. Ik wil ook nog heel lang met je samen zijn. En we lijden allebei onder die onmacht, don’t we, my love?'
Ze knikte en streek zachtjes met haar vingers langs zijn natte gezicht.
Ze zwegen en stonden een tijdje midden in haar werkruimte met de armen om elkaar heen. Ineens was er rust en vrede. Die leek zich aan het vertrek mee te delen. Ze werden zich ineens zich weer bewust van alle details in de ruimte die ze zo goed kenden en waar ze zich nu in bevonden. En die ze de afgelopen dagen samen hadden ingericht.
Ze waren zich bewust van het ochtendlicht dat vanaf de straat naar binnen scheen.
Ze zagen door de ramen mensen over straat lopen en bij het huis blijven staan en nieuwsgierig naar de gevel kijken.
Ze zagen dat het bordje “Sorry, we are closed” zijn werk deed en dat mensen dan wat tegen elkaar zeiden en weer doorliepen.
Ze zagen de transformatie die Francesca en hij de afgelopen dagen in haar werkruimte hadden volbracht. Francesca had voor de duur van het festival hier haar poppendokterspraktijk gevestigd.
De witte ordening en rationaliteit van de andere dagen in het jaar en haar feitelijke werkomgeving had plaats gemaakt voor de poppen, zonder helemaal te verdwijnen. Het maakte de nu ontstane kleurrijke ambachtelijke omgeving tegelijk extra indrukwekkend. Alsof dat laatste restje medische ambiance onderstreepte dat je hier een echte poppendokterspraktijk binnenkwam, en dat de dokter, die daar met naald en draad en lijm en verf bezig was, een echte dokter was. En dat was tenslotte ook zo. Francesca was van beroep arts.
De praktijk bestond uit de wachtkamer, waar nu een stortvloed van poppen, marionetten, knuffels en blikken soldaatjes en opwindbeesten stond opgesteld in kastjes en op tafeltjes. Een bovenmaats uitgevallen beer hield een hele stoel voor zichzelf bezet en zat daarop waardig, maar wel slap en vermagerd, met zijn wangen die ingevallen waren door al te energiek knuffelen en sabbelen van het inmiddels tot man of vrouw opgegroeide kind uit het verleden, waardoor zijn inwendige vulling samengeperst was geraakt en zijn huid, die uit de stof van een of andere oude winterjas was gemaakt, los was komen te zitten.
Francesca’s spreek- en behandelkamer was een werkplaats waar het nu niet naar ontsmettingsmiddelen rook, maar naar hars, lijm, nieuw en oud textiel en oplosmiddelen voor plastic. In de hoek stond op het aanrecht een klein keramiek oventje aangesloten op de zware krachtstroomleiding. Op een tafel in de andere hoek lag op vellen blanco krantenpapier de mallen voor porseleinen poppenhoofdjes. In mandjes lagen verschillende patiëntjes op hun behandeling te wachten. Voor ieder popje of speelgoeddier was er een eigen mandje. Aan een touw hing een rol zelfklevende etiketten om de namen van de pop of het beest en van de eigenaar op te schrijven. Er lagen clipboards met vellen papier klaar voor het behandelplan en de benodigdheden.
Er waren dozen met kleine en grote lapjes stof, waarmee bij de knuffels en beren de wonderbaarlijkste huidtransplantaties of cosmetische make-overs konden worden verricht en waarvoor de sterke naaimachine met een verzameling garenklossen variërend van fijne zijde tot ijzergaren stond opgesteld. Uit een lade puilden grote rollen elastieken koorden. Er was een medisch ogend roestvrijstalen bakje, met daarin knopen en glazen oogjes. Er lagen scharen, messen, pincetten, schroevendraaiers, tangen en kleine hamers op tafel waarop een bankschroef was vastgezet. Direct ernaast lagen zachte vilten lapjes en make-up pads. In glazen potten was een voorraad verschillende vulmaterialen te zien, bestaande uit watten, ongesponnen wol, polyester en stukjes polystyreenschuim, stro, versleten ondergoed en sokken.
Op de planken, waarop gewoonlijk Francesca’s medische handboeken stonden, stonden de mandjes met al genezen patiëntjes klaar om te worden afgehaald.
De bureaucomputer met de twee grote beeldschermen was in het vertrek blijven staan. Die maakte de praktijk op de een of andere manier nog indrukwekkender, alsof een wereldwijde verbinding bestond met de laatste mogelijkheden van poppenchirurgie op de hele planeet.
In zekere zin was alles nog decor. De praktijk was nog niet open. De aanwezige patiëntjes waren door Francesca en Anthony geduldig verzameld. In hun verschillende stadia van volmaaktheid of aandoenlijke gebrekkigheid symboliseerden zij het leven in deze praktijk.
Toch zaten er ook echte patiënten tussen. Vaak om verdrietige redenen, omdat het poppen en dieren waren die wel degelijk door haar behandeld waren geweest maar om een of andere reden nooit afgehaald. Er was meestal iets gebeurd dat met de lotgevallen van het kind te maken had. Het konden plotselinge verhuizingen, ziekte, of familiegebeurtenissen zijn. In een enkel geval had het popje of beest het kind zelfs overleefd en was aldus tot weespopje of voorgoed verlaten knuffel geworden.
Tot haar klanten behoorden niet alleen kinderen, maar met enige regelmaat ook oudere mensen, die hetzij uit nostalgie met hun oude gehavende speelkameraadjes kwamen aanzetten of hun kleinkinderen de schatten uit hun jeugd wilden toevertrouwen.
Al met al werd deze praktijk telkens weer met veel plezier en toewijding opgebouwd. Nu voor de derde keer. Zodra de deuren opengingen groeide de klandizie explosief. Grappig genoeg kwamen de patiënten maar voor een deel via de festivalgangers. Meer dan de helft van de bezoekers was afkomstig uit de directe omgeving. Na afloop van een festival sudderde de praktijk daarom vaak nog lang na. Soms was ze tot in de herfst nog wel bezig de poppen terug te dringen in haar werkruimte om die weer voor haar eigenlijke werk te heroveren.
Dit is mijn praktijk en het is mijn spel, dacht Francesca terwijl ze rondkeek, maar tegelijk is dit ook mijn werk. Voor Anthony is dat het hele stadje. Dat is zijn werk en dat werk is ook zijn spel.
Ze zei het hem en hij beaamde het.
‘Maar weet je, lieve man van me. Zoals ik de ziel ben van deze praktijk van de patiëntjes, en de popjes bezield zijn door de heftige liefde van kinderen, zo ben jij de ziel van het hele festival. En dat wéét je! En je moet wel je kop gebruiken, man van me. Gewoon willen zien hoe het écht is. Jullie praten over ideeën en concepten en dat een festival op deze manier iets van onze tijd is. Dat die stijl in de lucht zit of zo. En dan lijkt het erg gewoon en logisch dat het zich ook verder zal ontwikkelen. Jullie zullen vast wel gelijk hebben, vanuit jullie grote perspectief. Im Grossen und Ganzen. Ik weet ook dat we onszelf niet groter moeten maken dan we zijn. Er zijn gelukkig veel geëngageerde en bezielde mensen in onze wereld. Maar concreet hangt hier nu alles af van jouw bezieling. Als jij het niet bezielt, stort het in. Het gaat om nu. En dat komt doordat jij er bent. En…. en….’
Ze vocht opnieuw tegen tranen en slikte ze met enige moeite weg. En ik ben ook je vrouw. Dat gaat ook alleen zolang je er bent. Ze slikte ook dat in. Ze wilde hem niet onder druk zetten.
‘..en dat willen we graag zo houden.’ besloot ze. ‘Dus wees alsjeblieft voorzichtig. Als je het dadelijk heel druk krijgt, denk dan maar alvast aan het tienjarige jubileum van dit festival. En ook..’
Daar kwam het dus toch, realiseerde ze ze zich:
‘..aan al onze huwelijksjubilea die nog gaan komen. Ja, denk daar maar aan.’
Hij was heel ernstig geworden. Zijn ogen die zo konden fonkelen wanneer hij enthousiast was, waren nu doorlaatbaar en breekbaar. Even leek hij oud.
‘Tienjarige jubilea zijn wel erg ver weg, Francesca. Heel ver in de toekomst! Ik hoop dat ze allemaal zullen komen, maar ben er niet gerust op. Toch zal ik er aan denken.’
Hij streelde haar, een beetje onzeker. Zij drukte hem zo hard als ze kon tegen zich aan. Ze stonden weer een poosje zo, gehuld in de warmte van hun lichamen en zielen. Francesca zuchtte.
‘Goed, Tonio mio.’ zei ze tenslotte. ‘Ons gesprek is niet klaar. Maar dat hoeft ook niet. Ik heb nu wel weer het gevoel dat we er samen in staan. En daar gaat het voor nu om. De rest komt wel. Hoop ik tenminste. En nu gaan we verder spelen! Ik heb nu nog even een momentje om me voor te bereiden op vanavond. En jij zei dat je iets met de gastronomie te bespreken had?’
Hij begon te lachen.
‘Am I dismissed, Your Highness?’
‘Yes, you are, Lord of my life. Please take good care.’
Ze kuste hem op het voorhoofd. Hij kuste haar langs de oren. Een moment later was hij op straat.
Francesca ging zitten en bleef een moment stil. Toen liep ze naar een kast en haalde daar één voor één een rij marionettenfiguren uit. Ze legde ze zorgvuldig op tafel om de draden niet te verwarren. Toen de rij compleet was ging ze zitten en nam de figuren in zich op.
‘Eens kijken,’ zei ze hardop tegen ze. ‘Wat gaan jullie vanavond doen? Je kunt het nu nog zeggen. Vanavond worden jullie door mij bespeeld en is er weinig ruimte meer voor discussie.’
Ze keek naar ze hoe ze daar lagen: de koning, de koningin, de prins, het kleine prinsesje, de gebochelde, het melkmeisje, de wolf, de dwaas, het kruidenvrouwtje, de soldaat , de kat en de kikker.
‘Jullie mogen het nu zeggen! Toe maar!’
Ze sloot de ogen en voelde het verhaal zich vormen. Na enige tijd knikte ze en stond op.
‘Goed. Tot vanavond dan. Maar geen gekibbel! En ook niet elkaars touwtjes in de war maken!’
De twaalf paar marionettenogen keken haar sereen aan. Ze vonden het allemaal best.
Die avond stond het marionettentheater op het programma. De repetitie was nu begonnen en speelde zich helemaal af in haar eigen hoofd. Ze was nog altijd ongerust om Anthony maar had daar nu meer vrede mee. Tegelijk was er ergens in haar een stem die bleef waarschuwen.
Vrede vraagt soms ook om oplossingen, Francesca. Daarvoor moet je zoeken en vragen stellen. En dat vereist karakter!
Ja, dacht ze, dat is waar. Dat heb ik en dat doe ik. Zou het dan toch een soort bidden zijn wat ik doe? Is er wel een oplossing? Eigenlijk ben ik vaak ontzettend boos op God! Maar misschien hindert dat niet.



