BIJ DE POORT van de burcht hoorden ze hun namen roepen. Op een muurtje zagen ze Vengas en Lytara zitten. Die zwaaiden, sprongen naar beneden en holden naar Sheila en John toe. Ze zagen er heel moe en erg gelukkig uit.
‘Wat hebben jullie allemaal meegemaakt?’ vroeg Sheila, ‘Hebben jullie al wat gegeten? En zijn jullie al lang op?’
‘Hoi mam! Wat leuk jullie tegen te komen. We hadden heel even aan de andere kant in het gras gedut en zijn net wakker. We zijn de hele nacht opgebleven. Hebben jullie gisteren die fakkeltocht gezien? Nou, wij waren meteen nadat we onze rugzakken op onze kamer hadden gegooid snel naar boven gerend om de burcht te bekijken. Dat is me een ding, zeg! Goed, en toen liepen wij daar rond en Lytara is bijna in een groot waterbekken gevallen ergens binnenin en het was er donker en heel spannend. Maar ik kon haar nog net vastgrijpen en toen bleek er toch een hekje getimmerd zodat het nooit had kunnen gebeuren. En toen waren we weer buiten en kwamen diezelfde man tegen die ons geholpen had, je weet wel, met onze auto, alleen zag hij er nu anders uit. Een beetje zigeunerachtig of zo. Hij vroeg of we het hier mooi vonden en we zeiden ja en hij zei dat er een fakkeloptocht of zoiets zou plaatsvinden en dat ze nog een paar helpers nodig hadden en of wij wilden helpen. Toen hebben we weer ja gezegd en we moesten ons meteen verkleden en er was ook lekker eten en daarna moesten we meteen al op. Het was helemaal super. Er waren dansers die echt alles konden dansen, en wij mochten met ze meedoen en we gingen de mensen een volksdans voordoen die we even gauw zelf geleerd hadden. O mam, als je erbij was geweest?’
Sheila genoot van het enthousiasme van haar zoon en moest ook vreselijk lachen om de ademloze snelheid van het verhaal dat hij voor ze afratelde.
‘Lieve Vengas,’ zei Sheila, ‘Wat ontzettend fijn voor jullie! Maar weet je wat? Wij wáren erbij! We hebben daar met jullie fakkels gestaan.’
‘O echt? Jullie waren er ook? Mam, wat vind ik dat leuk om te horen! Nou, en toen heeft die man daar viool gespeeld en ook gesproken. Wat kan die mooi spelen, zeg! En toen was het afgelopen en gingen we allemaal naar beneden maar we bleven bij ze en het feest ging die nacht gewoon door.’
‘We zijn nu echt heel moe!’ voegde Lytara eraan toe, ‘We hebben met mensen van onze eigen leeftijd gepraat en gedanst en muziek gemaakt. En nu kan ik me al haast niet voorstellen dat we hier nog geen twaalf uur geleden zijn aangekomen! Wat een festival, zeg! Ik ga vandaag verzinnen wat ik er wil gaan doen en heb al een paar ideeën gekregen. Maar we moeten nu echt eerst bijslapen! Onze rugzakken liggen nog onuitgepakt op onze kamer. En het was maar een kort slaapje hier buiten. Het ruikt hier wel erg lekker trouwens. Toch verlang ik nu naar een echt bed.’
‘Nou, lieverds, slapen jullie dan maar heel lekker!’ zei John lachend.
‘Dat gaan we zeker doen! Kom je mee, Veng?’
Ze namen afscheid en holden de straten naar beneden. Sheila keek ze vertederd na.
‘Ik heb mijn zoon in lange tijd niet zó gelukkig gezien.’ zei ze, ‘En hij kan toch best van het leven genieten. Dit is voor hem, geloof ik, heaven on earth! En samen met zijn liefdesmaatje. John, ik vind ze net vlindertjes. Van die mooie pauwenoogjes, of atalanta’s die in spiralen fladderend de honing van alle bloemen afstruinen en ons met hun kleuren en bewegingen doen duizelen.’
‘Wat zijn ze energiek, speels en lief samen!’ beaamde John en keek naar de twee kleiner en kleiner wordende, van hen weg dansende figuurtjes. Ze waren al bijna beneden in de verte verdwenen.
‘En ik vind ze dapper.’ vervolgde hij, ‘Ze hebben allebei veel kracht in zich, die ze volgens mij nog maar ternauwernood kennen. Of misschien zelfs helemaal niet beseffen. Wie weet? Al die power! Wat gaat er uit ze komen?’
‘Nu gaan ze slapen.’ zei Sheila tevreden en met een glans in haar ogen. Ze schoof haar arm door die van John, ‘En jij en ik gaan nu samen ontbijten.’



