ZE HADDEN VERZUIMD beschrijvingen van elkaar te geven. Bijvoorbeeld wat ze die dag aan zouden hebben. Geen foto’s of uiterlijke kenmerken, niets over haarkleur, ogen, groot of klein. Ook geen afspreekpunt. Alleen de vlucht met vluchtnummer en aankomsttijd.
Gelukkig had John een paar dagen geleden goed geluisterd naar de verhalen van Anthony over zijn moeder. Door de beschrijvingen had hij een zeker beeld van haar gekregen.
John realiseerde zich pas dat deze voorbereiding nogal onhandig was toen hij al in de aankomsthal van het vliegveld op Denise stond te wachten. Maar hij was er en daarmee had hij het te doen.
Toen hij die ochtend de hoofdstad naderde was het bewolkt geweest. Het zag ernaar uit dat het geregend had. Het rook ook zo. Toen hij het terrein van de luchthaven opreed waren de wolken aan het oplossen en was de zon bezig door te breken.
Hij was verbaasd hoe gemakkelijk het op deze luchthaven was om vlakbij de aankomsthal een parkeerplek te vinden. Zijn gedachten gingen onvermijdelijk terug naar een week geleden. Toen was hij hier voor het eerst van zijn leven aangekomen. Op een volkomen diffuse manier was hij danig onder de indruk geraakt van Lissabon. En dat terwijl hij van de stad zelf bijna niets had gezien. Het was een soort waas van zintuigindrukken bij elkaar geweest die hem iets over een stadsatmosfeer vertelde. Het was vooral daardoor geraakt worden. Meteen.
Nu, een week later, was het waas al een beetje opgehelderd. Hij kwam aanrijden vanaf een plek die vertrouwd geworden was. Van daaruit dwars door het land weer terug naar het vliegveld waar hij ook al geweest was. De weg naar de aeroporto leek daardoor half zo lang als een week geleden. Hij had plezier in de vroege autorit gehad, gekeken en gemijmerd, zoals hij dat goed kon, over niets speciaals. Hij was niet erg bezig geweest met de op handen zijnde ontmoeting met de moeder van Anthony. Die kwam vanzelf.
Pas in de aankomsthal, in het gedeelte waar de passagiers door de controles van douane en de immigratie van de Europese Unie heen moesten, bekroop hem de onzekerheid.
Hoe herkennen we elkaar eigenlijk? Zou Anthony haar wel goed hebben beschreven? Vast wel. Maar dat ging wel over een Denise van erg lang geleden. Niet van nu.
Vlucht TP88 uit Sao Paulo bleek precies op tijd geland, om 10.20 uur. Hij schatte een half uur voordat hij haar ergens kon verwachten, gebaseerd op de ervaring van zijn eigen vlucht een week eerder. Die was ook van buiten de EU, dus met die extra controles. Zijn inschatting bleek correct.
Er kwamen passagiers door de matglazen automatische deuren. Hij bekeek ze. Ja, die zouden wel eens uit Sao Paulo kunnen zijn. Sommigen waren duidelijk te winters gekleed voor de tijd van het jaar. Hij zag Latijns-Amerikaanse gezichten en posturen. Telkens openden en sloten de deuren. Open, dicht, en weer open...
En daar verscheen Denise, zonder bagagetrolley en met een middelgrote rolkoffer achter zich aandeinend. Hij twijfelde geen moment. Een lange verschijning, met halflang, krullend zwart haar met hier en daar grijze strepen. Onder sterk gebogen, fijngetekende wenkbrauwen tastten donkere ogen onderzoekend de aankomsthal af. Een snelle en doortastende loop. Even hield ze de pas in tijdens het doen van haar scan. Ze was elegant en eenvoudig tegelijk gekleed, olijfgroene jurk, zwarte handtas, halfhoge pumps. No nonsense, maar tegelijk zeer verzorgd. Over haar arm een donkergroene mantel, die haar waarschijnlijk tevoren in het winterse Sao Paulo goede diensten bewezen had maar hier onnodig was.
Zij en John zagen elkaar. Ze begonnen allebei onmiddellijk te lachen. Ze liep met snelle, kleine pasjes op hem af.
‘Hello, you! You are John Carpenter, aren’t you? Of course you are!’ riep ze vanaf een paar meter afstand in dat inmiddels uit telefoongesprekken vertrouwde Wereld-Engels, hetzelfde Engels van haar zoon.
‘Denise! Fijn je te ontmoeten! Hoe heb je me herkend?’
Ze was bij hem, een arm en een hand uitgestoken, waarbij haar handrug omhoog ging. Bijna alsof ze een kushandje verwachtte. Ze zwakte het gebaar meteen weer af. Misschien omdat ze met een Noordamerikaanse en niet een Latijnsamerikaanse man te maken had? Het handje kreeg daardoor iets dansachtigs, hoewel het waarschijnlijk uit een aarzeling voortkwam. John voelde hoe hij ontegenzeggelijk meteen van haar onder de indruk was. Hij nam haar hand met een paar luchtige vingers aan, net lang genoeg dat haar vingers even echt in contact met de zijne waren.
‘Hello, John!’ zei Denise met een glimlach terwijl ze hem opnam, ‘Jou herkennen? Ach, je kijkt eens wat rond in deze hal. Nee, onzin natuurlijk! Ik had geen beschrijving van je. Maar ik zag je op de uitkijk staan. Je keek naar me en ik wist meteen: dit moet John zijn. En jij?’
‘Net zo. Ik dacht: daar is Denise. Je was me nét een seconde voor.’
‘That’s a bad habit of me. Ik ben vaak wat snel’, lachte ze, ‘maar je herkende mij en je lachte. Of lach jij zo naar alle vrouwen, mister?’
‘Not that I know of, ma’am. Je zoon had me over je verteld. Zijn beschrijving klopte, geloof ik.’
‘Altijd spannend, John, als je door je eigen kind beschreven wordt.’
‘Hij beschreef je vooral als jonge vrouw, zo uit de tijd dat je Rory ontmoette.’
‘En zag je die vrouw vandaag?’
‘Ja, helemaal eigenlijk. Complimenten dus aan je zoon.’
Ze keek hem onderzoekend aan en er verscheen een glimlachje
‘Zeg, mister Carpenter, maar hoe heb ik het nu? Maakt u mij stiekem nu óók een compliment?’
’Dat moet u zelf maar uitmaken, senhora Machintão. Ik denk van wel. Maar ik weet eigenlijk niet zo goed wat daar stiekem aan zou zijn. Laat staan waarom. U wel, misschien?’
Denise moest hierom lachen.
‘U bent een charmante, maar ook erg listige man, mister Carpenter. Ik switch nu maar snel terug naar John, als je het goed vindt. En jij naar Denise alsjeblieft. Nou, hier zijn we dan allebei. Zeg, heb je al nieuws over mijn zoon? Hoe het gegaan is?’
‘Nee, bijna niets. Er is min of meer radiostilte. Ze zijn gisteren allemaal vertrokken naar hier. De stamcellen van je zoon, en je zoon zelf. Dat was tenminste de bedoeling. Francesca is met hem mee, natuurlijk. Dat is wat ik weet.’
‘John, ze mogen absoluut niet weten dat ik er nú al ben. Vandaar mijn vraag die ik je gisteren stelde aan de telefoon. Dat wil zeggen: óók om die reden.’
‘Oh, daarom!’ antwoordde hij een beetje mismoedig. Ze proestte het uit.
‘Kijk nou niet zo beteuterd! Ik zeg: óók! Want ik was eerlijk gezegd erg nieuwsgierig geworden naar je. Ik ben in dit soort dingen in de loop der jaren steeds directer geworden. Maar ik ben ook erg gesteld op mijn vrijheid. Dus dit moest echt even buiten iedere inmenging van McIntyre om. Ik bel straks natuurlijk met Francesca, want ik hoef mijn kinders ook weer niet aan het schrikken te maken met mijn komst. Als moeder moet je weten, wanneer je in te houden, en wanneer je te melden. Maar dat is heel moeilijk voor mij. Ik ben daar niet zo goed in.’
Ze glimlachte een beetje nerveus.
‘Ik denk dat je ze heel blij zult maken met je komst.’ zei hij, ‘En heb je al onderkomen?’
‘Nee,’ zei ze, ‘ik ben op dit moment nog dakloos. Maar dat komt wel goed. Straks krijg ik vanzelf de gastenkamer aangeboden, in mijn oude huis. Ik verheug me al daarop. Dat heeft echter nog tijd. Ik laat ze nog met rust. Gisterenavond was die ingreep toch? Oh, John, ik praat en praat maar. Neem me niet kwalijk. Hoe zit jij eigenlijk in je tijd?’
‘Ik heb alle tijd van de wereld,’ zei John, ‘Tenminste, dat is in principe mijn instelling. En Sheila….’
‘Jouw vrouw, toch?’
‘Ja, mijn vrouw. Sheila heeft vandaag haar eigen, nogal spannende bezigheden.’
‘Iets spannends?’
‘Ja, heel spannend! Ze staat op het punt eigenares van een landgoed hier te worden. Totaal onverwacht.’
‘Dus jij hebt een spannende vrouw? Ik hoor er graag over.’
‘Ik heb eigenlijk een rustige vrouw, ‘ antwoordde hij, ‘maar wel één die spannende dingen meemaakt. Dit is dus zoiets.’
‘En jij hoeft daar vandaag niet bij te zijn?’
’Zeker niet!’ zei hij, ‘Ik zou alleen maar storen. En dus heb ik alle tijd.’
‘Luister, John,’ zei ze, ‘als jij tijd hebt, heb ik ook tijd. Mag ik je een voorstel doen? Ik ben hier zolang niet meer geweest. Ik zou heel graag even de stad in willen gaan. Ben je wel eens in Lissabon geweest?’
‘Alleen van en naar het vliegveld. Nu en vorige week. Verder niet.’
‘Mag ik je dan wat laten zien? Als ex-inwoner van deze stad?’
‘Denise, wat leuk! Heel graag! Alleen, ik ben met de auto. Ik ken de wegen in de stad niet.’
‘Staat je auto hier geparkeerd?’
‘Ja, hoezo?’
‘Laten staan die auto!’ zei ze beslist, ‘Het is een prima parkeerplek hier. We gaan natuurlijk per bus en per tram. Je zult zien hoe fijn dat is. En voor mij zijn dat allemaal ook herinneringen aan toen ik hier studeerde. Dus gaat u met me mee, mister Carpenter?’
‘Graag, senhora Machintão. Maar uw koffer dan?’
‘Die geven we hier in bewaring. Die moet niet in jouw auto liggen. We ruilen nu al mijn bezittingen in voor een onooglijk papiertje dat in mijn handtasje verdwijnt en dan nemen we om te beginnen de metro. Of wacht eens? Nee, we doen het anders. Jij kent Lissabon niet?’
‘Helemaal niet.’
‘Natuurlijk doen we het anders. De metro is het snelst. Maar dan zie je niks.’
‘Wat heb je in gedachten?’
‘Wacht maar af, mister. Let me be your guide.’
Even later liepen ze de aankomsthal uit. Denise had in een oogwenk een taxi geregeld.
‘Café A Brasileira’
‘A seu serviço, senhora, senhor.’
‘Obrigado.’
De taxi ging er met hen vandoor.
Ze reden naar het zuiden in de richting van de rivier de Taag, legde Denise hem uit. Ze genoot duidelijk van de rit en draaide het raampje open. Ze praatte in snel Portugees tegen de taxichauffeur. Deze lachte en had hele verhalen terug. Het ontging John totaal waarover ze het hadden, maar de boodschap was voor hem duidelijk: Denise was hier thuis.
De rit begon over strakke, brede avenues, in een enigszins betonnen, nuchtere omgeving met vierkante en rechthoekige gebouwen. Geleidelijk werd het stadser en werden de straten kleiner en bochtiger. Het werd rommelig en tenslotte hield de taxi stil op een plein. Denise stapte uit, John volgde. Hij kreeg de kans niet om af te rekenen en drong ook niet aan. Het was duidelijk dat hij haar gast was.
Ze haakte haar arm in de zijne en liep enigszins wiebelig op haar pumps over het plaveisel recht op het Café A Brasileira af.
‘Een heel toepasselijke naam natuurlijk als je net een in Brazilië wonende Portugese dame van het vliegveld hebt afgehaald.’ was het commentaar van John.
‘Ja, leuk dat je mij zo benoemt, John! Maar dit is ook een beroemde sightseeing bestemming,’ zei Denise, ‘Het is een beroemd en oud literair café. Je vindt het als aanrader in toeristische gidsen. Ik vind het zelf ook echt de moeite waard. Maar ik neem je nu vooral hier mee naartoe, omdat dit een speciale plek voor me is. Ik heb hier in mijn studententijd gewerkt. Meestal in de avonduren, om mijn studie te bekostigen. Ik heb er ook geleerd van me af te bijten, iets waar ik tot op vandaag de dag dankbaar voor ben.’
Ze lachte weer naar hem.
‘En dat is ook allemaal goed gegaan, hetgeen voor een naïef meisje uit de provincie een godswonder mag heten. Ik zal nu verder niet de gids uithangen. Het doet me goed op deze vertrouwde plaats te zijn. Ik hoop dat je je in mijn keuze zult vinden.’
Ze keek hem van opzij aan. Hij grijnsde.
‘Let’s check it out, Denise.’
’Yankee!’ zei ze geamuseerd en trok hem mee.
Copyright © 2020 Nina van Immerzeel
Volgende hoofdstukken:



