ZELF SLENTERDEN FRANCESCA en Anthony in de avondschemering over de brug en langs de oever van de rivier. Ze liepen een heel stuk, streken neer op een terrasje om iets te drinken en liepen weer verder.
De avond was in aantocht.
‘Dans met mij!’ zei Francesca plotseling en legde haar hand op zijn onderarm.
Hij keek een beetje verward om zich heen, innerlijk nog steeds vervuld van de intense flamenco die sterk contrasteerde met het traag kabbelende water waar in het oppervlak oranje en gele beweeglijke vlekjes speels spiegelden in het licht van de verder dalende zon.
Francesca glimlachte. Ze wist wanneer ze leiding moest nemen. Dit was zo'n moment.
‘Tonio, kijk! Daar!’
Ze wees op een planken terras dat als een steiger in het water gebouwd was. Het had houten balustraden. Er was een bar waar wijn en tapas geserveerd werden. Er was een lange tafel met stoelen eromheen, en nog een paar kleine ronde tafeltjes met bistrostoeltjes. De meeste plaatsen waren bezet. Er werd luid gelachen, en sterke verhalen verteld, er waren stelletjes die elkaar aandachtig aankeken, er waren vriendengroepen of collega's die elkaar van alles toebulderden en waarop dan weer geproost en gedronken moest worden.
Een jazzband speelde oude bekende jazznummers. De muzikanten waren overduidelijk amateurs. Maar wel goeie amateurs die er plezier in hadden op deze zomeravond op deze mooie plek te kunnen staan met hun instrumenten. Er was een kleine dansvloer, omraamd door het kleine podium en de balustrades aan weerskanten.
Francesca trok Antony vastberaden de planken van het dansvloertje op. Je moest onder een koord door wat als een soort afscheiding diende, waarschijnlijk om niet al dansend in de tafels en stoelen en de andere gasten terecht te komen. Ze bukten onder het touw door.
Francesca keek nog een keer om zich heen als om het tafereel in te prenten. Ze draaide zich naar Anthony toe en sloot haar ogen. Genoeg geregeld. Ze voelde hoe hij haar opnam in de danshouding. Ze kneep even zachtjes met haar rechterhand in zijn linkerhand maar maakte zich direct los uit de klassiek gevormde boog met zijn uitgestrekte linkerarm en hand. In plaats daarvan sloeg ze beide armen om zijn hals.
Ineens waren ze intiem. Ze rook zijn geur die iets van amandelen had maar ook altijd iets kruidigs. Haar vingers voelden de enigszins korrelige textuur van zijn huid met het ruwe mannelijke van al bijna een dag na de laatste scheerbeurt. Toen sloot ze ook deze gewaarwordingen van geur en tast buiten. Ze luisterde evenmin naar de muziek. Ze voelde nog hoe hij antwoordde op haar veranderde danshouding die niet meer gevormd was maar vooral bestond uit lichamelijk nabij zijn. En zij danste. Dat wil zeggen: ze liet zich door hem dansen. Ze lette niet op passen die ze maakten, niet op de begrenzing van het dansvloertje en ook niet op de zachte avondwind die was gekomen en een beetje verkoeling bracht. Maar terwijl het uiterlijk leek alsof hij haar leidde was zij het in werkelijkheid die hun beiden een wereld van dromerige intimiteit en tederheid binnenleidde waarin al het gebruikelijke zweeg. Het was geen moment om er iets over te zeggen. Je kon niet weten waar de ander precies was maar ze wisten het toch van elkaar. Francesca wist het. Anthony ook. Ze waren volstrekt samen in deze midzomernacht.
Francesca voelde haar emotie loskomen die ze meestal geneigd was op afstand te houden. Ze hield haar ontroeringen graag in de hand en deed dat vaak zelfs letterlijk. De marionetpopjes maakten in haar handen de meest hartverscheurende taferelen door, alle scala's van emoties. Maar zij bleef hun speler en regisseur. Ook in haar poppendokterpraktijk leed zij mee met haar patiëntjes en vooral hun kinderlijke poppenmoeders. Zoals vanochtend nog. Maar ook daar beheerste zij het spel.
Was dat pas vanochtend? De ochtend van deze dag? Het leek zo ver weg.
Ook haar man was eigenlijk door en door een speler. Daarin hadden zij elkaar gevonden. Ze zagen het en waardeerden het bij elkaar. Maar nu waren zij zelf popjes in een veel groter spel, dat toch helemaal over hen ging. En de avond tevoren had zij zich daar nog zo verschrikkelijk over opgewonden. Ze wilde niet het marionetje zijn in een wreed spel van de goden!
En nu was het zó anders geworden! Ze gaf zich aan de avond, aan de stad waar ze nog nooit geweest was, aan de man die toch allang de hare was en die zo sterk en breekbaar tegelijk was.. En ze gaf zich over aan de golven van ontroering die over haar heensloegen zonder dat ze goed wist waarom precies. Het maakte dat ze hem nog inniger vastklemde. Ze voelde hoe ook hij haar vast aan zich drukte. Laten wij tweeën, die altijd zo graag spelers zijn, nu maar eens dansen op iets groters, dacht ze, en misschien is het toch geen wreed spel.
Ze gaf zich over. Hoe wonderlijk en onvoorzienbare was deze dag verlopen in al zijn rijkdom, alsof het niet slechts één dag was geweest. Een citaat schoot haar te binnen, ergens uit de bijbel meende ze, maar ze wist niet waar, want ze was allesbehalve bijbelvast. Het was een intrigerend zinnetje:
Duizend jaar zijn als één dag en één dag is als duizend jaar.
En onderwijl dansen. Traag, ernstig, innig, lief, intiem. En helemaal tijdloos.
Heel langzaam en geleidelijk keerden haar zintuigen terug op hun normale plekjes. Eerst haar evenwichtsgevoel, in de deining op de muziek. Dan het horen van de muziek zelf. Dan het voelen van de lichte bewegingen van de dansvloer zelf. Was het terras gebouwd als een steiger op palen? Of dreef het op het water, als een aangemeerd vlot of een boot? Dan door het zien van de snoerenguirlandes met gekleurde verlichting die ze nu pas gewaar werd. En ook gewaar worden dat de zon eindelijk was ondergegaan.
Francesca werd zich ook bewust van haar eigen geur en parfum, en hoe ze haar haren had losgeschud en daarmee haar man telkens lichtjes aanraakte. Ze voelde zijn warmte en op de een of andere manier ontroerde haar die zo, dat haar ogen groot en vochtig opglansden.
Ze wist niet hoe lang zij al dansten. Het moesten meerdere nummers achter elkaar zijn geweest. Ze zag hoe de muzikanten met grote aandacht en tederheid naar hen keken terwijl zij speelden. In plaats dat Francesca en Anthony op hun muziek dansten, waren zij het, de muziekmakers, die hun dans begeleidden als balletmuziek die op het podium de choreografie volgt, maar het paar had dit niet in de gaten.
De vrouw en haar man hadden allebei een zelfde intieme ervaring, die ze deelden zonder het van elkaar te weten.
Zo heb ik jou nog nooit ontmoet, nog nooit zo meegemaakt…
En ze konden er ook niets zinnigs over zeggen. Niet nu. Ze keek in zijn gezicht, in zijn donkere ogen waarin de lichtjes van de guirlandes spiegelden. Hij keek haar al een tijdje aan. En hij glimlachte toen hij merkte dat zij niet droomde maar wakker was.
‘Cisca mia.’
‘Tonio! ‘
Ze waren al een tijdje de enige dansers. Ze stonden stil en kusten elkaar.
En daarmee werd ineens de lange betovering gebroken die over het hele dansscheepje was gekomen. De leider van de band lachte breed. De muzikanten klapten in hun handen, wisselden hier en daar van instrumenten en even later klonk in de avondstemming vrolijke en enigszins heftige, Mexicaans schetterende volksmuziek.
Kort daarna zaten ze aan de lange tafel. Ook de muzikanten hadden pauze. Ze dronken allemaal rode wijn en aten gemarineerde gebakken vis en warm brood en olijven en tapenades. Het stel kreeg door hen ingeschonken. Er werd uitbundig voor hen gezorgd maar ze werden verder met rust gelaten.
‘Hoe het kan na al dat getafel vandaag weet ik niet maar ik had weer een enorme honger gekregen!’ zei Anthony met volle mond, ‘en jij ook zo te zien!’
‘Mmm, delizioso..’
Ze vond het fijn hem zo te zien eten.
Even later:
‘Anthony, Tonio, mio..’
‘Mmmm?’
‘Iets absurds, my love. Ik wil met je trouwen!’
‘Maar we zijn toch al getrouwd!’
‘Absurd, zei ik toch? Ik zou eigenlijk graag nóg een keer met je willen trouwen.
‘Cisca, my love, doe jij mij een huwelijksaanzoek?’
Ze lachte blij.
‘Ja, Tonio, ik doe jou een huwelijksaanzoek! Ik doe het here and now. Tonight. Niemand kent ons hier. Weet je wat? We pakken het vliegtuig naar Reno, we laten ons scheiden en trouwen meteen opnieuw. Of ik trouw je gewoon twee keer. Dan word ik opgepakt voor bigamie. Dan komt er een strafproces met dure advocaten en magistraten met pruiken. En dan zeg ik dat het misschien niet mag maar misschien wel als je met dezelfde man twee keer trouwt. En dan word ik weliswaar schuldig bevonden, dat ik je twee keer trouw maar hoef toch niet de gevangenis in. En de oudste rechter pinkt een traantje weg, omdat ik hem aan zijn dochter doe denken.
Tonio wil je dat?’
Hij keek haar met een tederheid aan, en knikte.
‘Ik wil het en we worden dan samen gearresteerd. Op heterdaad betrapt als bigamisten.’
‘Oh, Tonio!’ zei ze, ‘Je moet weten: ik heb niet teveel op. Ik heb gewoon nog nooit iemand ten huwelijk gevraagd. Want je was me voor, weet je dat nog?’
‘I see, Cesca, my love. Go on then. Propose!’
Ze werd ineens heel opgewonden. Ze nam haar glas, tikte er een paar keer met een lepeltje tegenaan en ging enigzins wiebelend op haar stoel staan.
’Atenção,’ riep ze, ‘oh eh.. sorry: attenzione. Oops, wrong again, that was Italian.. Waar is toch mijn Spaans gebleven? Ah, got it: Attençiòn!’
’..por favor’ voegde ze er haastig aan toe.
Ze wiebelde opnieuw toen een boot voorbijvoer die het terras op de golfslag deinen deed. Anthony was opgesprongen en hield haar en haar stoel in bedwang. Daardoor stond hij aan haar voeten. Zij keek tevreden naar beneden naar hem en het tafereel. Het was niet onopgemerkt gebleven. Gasten keken op en de muziek zweeg. Maar op het gezicht van de drummer verscheen een brede glimlach. Hij liep terug naar het podium en hij begon zachtjes op zijn instrumenten te roffelen. Zachtjes. Maar het werd daardoor heel spannend.
Francesca had in een opwelling gehandeld en had zich pijlsnel van alles voorgesteld. Wat ze zou zeggen. Hoe ze het zou zeggen. Ze zou bijvoorbeeld luidkeels in een vet Amerikaans kunnen roepen: I wanna marry you! Of misschien wel: Hey, guys! I'm going to marry this man! Ze zou hebben geroepen: Baby, I want you by my side, forever! En ze zou de show weer gestolen hebben.
In plaats daarvan was alles wat er bij haar uitkwam een heel klein vreemd en beverig stemmetje. Ze voelde zich ineens heel kwetsbaar in haar mouwloze jurkje bovenop haar stoel, hoog boven iedereen uit. Ze hoorde zichzelf zeggen met dat rare kleine stemmetje en een dikke brok in haar keel: ‘Tonio… Mio, mio caro..’
De drummer liet de roffel vertragen en wegsterven. De schat.
Hij: ‘Cesca? Carissima Cesca?’
Zij: ‘Kun je me alsjeblieft even weer even op de grond zetten? Kun je dat voor me doen, lieverd?’
Hij deed het: ‘Is het zo goed, Cesca?’ Hij nam haar in zijn armen.
‘Tonio!’
Ze moest ineens huilen. Ze voelde hoe alle spanning van de afgelopen dagen, van het afgelopen etmaal en van al veel langere tijd al in haar brak. En toen kwam het er ineens uit, wat ze wilde vragen. Maar zonder een spoor van theater of bravoure.
‘Tonio, wil je met me trouwen? En wil je altijd bij mij blijven? En blijven we vannacht hier in Sevilla?’
Hij had haar meteen willen antwoorden, maar er kwam geen geluid uit hem. Ook bij hem heftige ontroering. Hij vocht om zijn stem en na enig zoeken vond hij die uiteindelijk.
‘Ja,’ zei hij zachtjes, ‘Ja, en nog eens ja. Ik wil altijd met je trouwen. Ik wil altijd bij je blijven. En ook vannacht, hier in Sevilla.’
Zó zacht heeft hij die woorden gesproken. Maar ze hadden het allemaal gehoord. En in de stilte maakte zich een geluid los. Het begon zachtjes als een nauwelijks hoorbaar zuchtje wind, een briesje, zacht gefluister, het zwol aan tot geroezemoes, het werd luider en geanimeerder, almaar sterker en werd onvergetelijk. Tenslotte werd het juichen. Al die mensen voor wie zij vreemden waren juichten voor hen.
Anthony had inderdaad jaren geleden Francesca formeel ten huwelijk gevraagd. Hij had het volgens alle regels van de kunst gedaan, dus op één knie, en met die ring en dat doosje. Er waren toen ook tranen van vreugde geweest, en er was hun huwelijksfeest geweest met de gasten en hun gelukwensen en de intimiteit en de jaren samen.
En nu had zij hem zomaar gevraagd. Ergens voelden ze beiden dat uit het spel van toen heilige ernst geworden was. Noch hij noch zij speelden meer spelletjes. Of misschien was dit juist het eigenlijke, heilige spel van de goden dat pas gespeeld kan worden als mensen ja zeggen tegen alles van elkaar. Hun lot, hun zwaarte, hun vreugde en teleurstellingen en hun ontwikkelingen.
Ze namen ontroerd afscheid en liepen samen verder langs de rivier.
Die zomernacht beminden zij elkaar op een groot bed met witte lakens, terwijl voor de geopende balkondeuren de gordijnen ijl in de wind heen en weer deinden als op de trage deining van de brede Guadalquivir.
Copyright © 2020 Nina van Immerzeel
Volgende hoofdstukken:
Anthony’s droom
Nachtsurfers
Charon



