SHEILA SLENTERDE IN haar lange, zandgele jurk door de straten van het stadje. Zij en John waren innig samen geweest. Het zinderde nog na in haar lichaam. Allebei hadden ze daarna als vanzelf de behoefte naar buiten te gaan en zich net zo over te geven aan de omgeving als daarvoor aan elkaar. Dit ging het beste alleen, waarbij hun samenzijn als naklank op de achtergrond meevibreerde.
John was op zijn eigen manier erop uit. Hij had een fles water en een boek meegenomen. Sheila wist uit ervaring dat hij waarschijnlijk snel een schaduwrijk plekje zou vinden. Daar zou hij gaan zitten en uitkijken over het stadje en het land. Vervolgens zou hij ieder besef van tijd en omgeving verliezen en in zijn mijmeringen verdiept raken. Misschien ook in zijn boek en vaak ook niet. Maar als je hem daarna vroeg waar hij geweest was zou hij je dat precies beschrijven, met een verbijsterende gedetailleerdheid. Zijn opmerkingsgave vermomde zich vaak in schijnbare dromerigheid.
Voor Sheila was erop uitgaan de omgeving verkennen en vooral openstaan voor wat dan op je pad kwam. Dat gebeurde bij haar eigenlijk altijd.
Ze maakte omwegen langs trappetjes en steegjes. Ze aaide poezen die op de stenen in de zon zaten te bakken. Ze dronk een klein kopje espresso in een afgelegen bar en leerde opnieuw dat het bica heette.De oude baas bereidde voor haar geduldig verse koffie op een gasvuurtje en had de bonen gemalen in een ouderwets molentje met een handslinger. Hij leek geen connectie met het festival te hebben.
Ze liep verder en kwam als vanzelf bij de ingang van de burcht. Enkele passanten waren al bekende gezichten voor haar. Het was wederzijds. Hier en daar werd ze vriendelijk begroet, met een glimlach, een woord, een knikje of een wuivend handgebaar. Ze liep de poort van de burcht door.
Vrijwel direct stond ze oog in oog met haar zoon Vengas die van de andere richting kwam en bijna tegen haar aanliep.
‘Oh, I’m so sorry. What? Hey, Mom! Wat fijn om je te zien! En wat heb je een mooie jurk aan!’
‘Vengas van me!’
Ze knuffelden.
‘Je ziet er heel actief uit, lieve, grote zoon van me!’
‘Ja, dat ben ik ook!’ lachte hij, ‘Ik ruik waarschijnlijk ook zo! Wacht je even, mam? Even iets aan doen.’
Hij liep naar een van de douches die vlakbij stond opgesteld, sprong onder de koude straal en kwam enkele ogenblikken later druipnat terug.
‘Zo, veel beter!’ zei hij tevreden, ‘Dit doe ik een paar keer per dag. En dan nóg raak ik telkens weer vies en bezweet.’
Hij droeg een rafelige jeans waarvan de pijpen afgeknipt waren zodat zijn gebruinde benen licht, lucht en zonneschijn hadden. Verder had hij een T-shirt aan met witte verfvlekken en gaten. Hij liep op versleten sneakers, ook met gaten waar doorheen de tenen van zijn voeten staken. Ergens tussen het doolhof van zijn krullenkop dwaalde zijn omhooggeschoven zonnebril. Hij zag eruit als een jonge Griekse god, met stralende ogen, nat glanzend krulhaar en een blos op de wangen.
Hij zag dat zijn moeder naar hem keek en grijnsde.
‘Werkkleding geleend’, zei hij. ‘Ik had een ideetje en heb dat even naar voren gebracht. En toen gingen ze helemaal los. En nou weet ik niet meer wie precies wie aan het werk heeft gezet. Technisch gesproken ben ik dat zelf geweest en volgen zij mijn plan. Mam, maar ze zijn zó mega-goed hier. Ze weten precies hoe je iets opbouwt en nu help ik hen ook weer daarbij. Dus het is echt samenwerken. O, het is zo geweldig! Ik vind het helemaal super! Wil je het zien?’
‘Natuurlijk, Veng! Wat dacht je? Heel graag! Please show me.’
Hij nam haar mee, naar het terrein van zijn kinderkasteel in wording. Daar waren een stuk of acht mensen ijverig in de weer. Hij liet haar zien hoe vooraan de grote timmerschuur gebouwd werd uit een partytent zonder zijwanden. Terwijl hij zijn moeder rondleidde, arriveerden gebundelde rijen schraagtafels, gereedschapskasten en allerlei flightcases, op rollend materieel, variërend van handkarren, elektrische scooters met aanhangers, tot aan kleine terreinwagens van het soort waar in steden van Zuid Europa gemeentediensten door stadsparken rijden, maar dan elektrisch en niet tweetakt. Langs de kasteelmuur stonden grote potten met witkalk. Daarmee waren mensen met blokkwasten bezig het terrein te markeren met strepen en stippellijnen.
Op het droge gras lagen dranghekken en steigerbuizen klaar voor montage. Een deel van de plek was met rood en wit lint afgezet. Naast de timmerschuur bevond zich onder de schaduw van een grote boom een hoge donkergroene tent.
‘Kom, mam, naar binnen. Dit moet je echt even zien!’
Vengas trok haar ondertussen al met zich mee.
‘Dit is ons hoofdkwartier! Je kunt verder nog niet goed zien wat hier allemaal gaat komen, want we gaan pas morgen echt van start. We maken een groot evenement voor kinderen. En we maken het met ze samen. Hier komt hun kinderkasteel!’
Sheila voelde een diepe tevredenheid in haar opstijgen. Als je zoon een kasteel voor kinderen gaat bouwen.. Wow, wat een jongen!
Ze sloeg een arm om hem heen.
‘Vengas, wat geweldig! Ik moet meteen aan jouw speelmiddagen denken, vroeger in het bos achter ons huis. Dit is natuurlijk wel weer zo’n onverbeterlijke moedergedachte.’
‘Ja, mam, maar die klopt wel helemaal. Ik denk daar natuurlijk ook aan. Hier wordt het een soort scouting, voor alle kinderen die willen, met lekker zelf bezig zijn. Maar ook de luxe van alle materialen die je maar kunt wensen. En veel gezelligheid en lekkers. Vind je het niet een te gekke plek om dit te doen? De hulp komt vanuit het festival zelf. Je weet toch dat er een soort sponsoring is?’
Sheila knikte.
‘O, je weet dat. We krijgen zo ongeveer onbegrensde ondersteuning en middelen! Ik laat je nu ons idee zien. Wil je dat?’
‘Maar natuurlijk wil ik dat!’ riep ze uit terwijl hij ondertussen in zijn enthousiasme alweer verder ratelde:
‘Dat doen we het beste visueel, denk ik. Want anders krijg je van mij nu een opgewonden en verward verhaal. En dan heb je na een half uur nog steeds niet echt een beeld, vrees ik. Mam, dat beetje zelfkennis heb ik onderhand wel, hoor! Kom, we gaan naar binnen.’
Binnen in de beschaduwde tent was het verbazend koel. Van buiten leek die gesloten maar eenmaal binnen zag je dat het vooral donkere gaaswanden waren. Er draaiden ventilatoren die voor zachte luchtstroming zorgden. Op een lange tafel lagen een enorme hoop papieren en tekeningen. Er was van hout een grote pinwand getimmerd. Er waren klapstoelen en boven de tafel hing een rij werklampen aan twee hoge staalkabels in de bewegende lucht heen en weer te deinen.
Vengas pakte van de tafel een grote houtskooltekening, Hij liep naar de pinwand en prikte die op.
‘Kijk, mam, dit is het oorspronkelijke idee.’
Ze herkende direct de hand van haar zoon. Een klein kasteel tegen een groot kasteel aangebouwd. En heel veel bedrijvigheid. Je kon zien dat de figuren kinderen voorstelden. De tekening straalde energie en plezier uit.
‘O, ik krijg meteen zin om weer kind te worden en mee te doen, Vengas!’
‘Wat leuk, mam, dat jij dat óók al zegt. Hoe vaak ik dit al niet gehoord heb vandaag, van allerlei mensen! Kijk, nu prik ik wat schetsen van anderen op. En op deze hier zijn al wat preciezere plattegronden gemaakt.
De grote kunst bij dit plan is om voldoende voor te bereiden zodat een groep kinderen snel van start kan gaan en alle materialen heeft die nodig zijn. Dat ze niet eerst eindeloos hoeven te discussiëren om het eens worden maar dat het plan er al is. Dus ze krijgen een kader, ze krijgen leiding en er is begeleiding.
Tegelijk moet het plan zó flexibel zijn dat ze zelf met hun fantasie en enthousiasme volop kunnen ontwerpen en bouwen Dus geen saaie prefab bouwdoos maar echt ruimte voor hun creativiteit. Nou, dat zie je dus hier. We zijn het met z’n allen gaan uitproberen. Hier zie je op basis van het ontwerp en het materiaal wat we ter beschikking hebben een aantal scenario’s. Allemaal binnen ons grondidee van de kinderburcht.’
Sheila keek nieuwsgierig naar een aantal schetsen waarop inderdaad zeer verschillende kastelen stonden afgebeeld.
‘Spannend! Wat knap! Maar dit moet je echt kunnen: weten hoeveel je klaar moet hebben liggen en wat je aan de deelnemers kunt overlaten.’
‘Precies! Maar dat is toch ook heel erg het motto van het hele festival? Ondersteuning bieden maar daarin alle ruimte geven voor creativiteit aan de deelnemers. En mam: ik verheugd me al op de kinderen en hun creativiteit! En ik merk dat ze vanuit het Creative Department echt enorme ervaring hebben. De afgelopen uurtjes heb ik zóveel van ze geleerd! Ik was bezig met plannen maken en werd een aantal keer stevig door ze teruggefloten. Ze legden me uit hoe je steeds die grens in de gaten moet houden. Helpen ja. Leiden ja. Overnemen nee.’
‘Dus grote liefde en respect dus voor de menselijke vrijheid,’ mijmerde Sheila, ‘en voor de creativiteit. En toch veiligheid en ondersteuning bieden.’
‘Ja, dat ging ongeveer ook door mij heen.Maar echt mooi hoe jij dat dan weer weet te zeggen. Er zit voor mij iets heel pedagogisch in, maar ook nog meer. Eh… , hoe zal ik zeggen? Misschien wel hoe onze wereld in elkaar zit. Spiritueel of religieus of zo. Misschien is het wel iets heel universeels. Er zit in elk geval een goede filosofie achter. En die maakt mij erg enthousiast.’
‘Dat zie ik aan je, lieve zoon van me. En het maakt me zó blij jou zo te zien! Je bent volgens mij in goed gezelschap. Met je lieve vriendin, en nu ook met deze mensen. Heel mama-achtig natuurlijk weer. Maar ik méén het.’
‘Je bent mijn lieve mam, en ik heb er maar één. Dank je wel. En ja, ik was al aangetrokken door dit festival. Maar dit overtreft toch al mijn verwachtingen! Nou, eventjes nog concreet. We zijn dus vooral bezig de contouren neer te zetten. Ook letterlijk: met de witkwast! We regelen de spullen en de veiligheid: We hebben het er net al over gehad hoe je de kinderen leiding en ruimte tegelijk geeft.
Maar mama, ik vind het wel ontzettend spannend. Straks zijn al die kinderen er en het kunnen er veel worden en ze zullen verschillende talen spreken En daar ben ik dan midden in de kinderboel met mijn zogenaamde goeie ideeën. Blijft daar wel iets van over? Maar ik sla me er wel doorheen. Ik weet alleen echt niet hoe. Als ik echt eerlijk ben, you know?’
‘Wanneer gaan jullie beginnen?’ vroeg ze.
‘Morgen!’ zei Vengas trots, ‘Kinderen zijn meestal vroeg op. Dus wij verzamelen meteen na zonsopgang. De meeste kinderen zullen dan wel zijn aangekomen. Of er komen later die dag nog kinderen bij. De bedoeling is dat we het kasteel binnen drie dagen hebben staan. Dan hebben we nog drie dagen over om er van allerlei spelen in te doen. Het wordt werken, echt keihard werken. Maar ik heb er zo’n zin in!’
‘Veng, ga je nog boogschieten met ze?’
‘Niet hier. Dat is veel te gevaarlijk. Ik moet nog een geschikt terreintje vinden waar niemand een pijl in de billen krijgt. En we zijn nog erg druk hier. Misschien iets voor later in de week. Vandaag komen ook de vrachtwagens aan met groot materieel, met pallets, een stuk of tweehonderd geloof ik, de palen en planken en zware buizen en steigermateriaal. Ze zeiden me dat ik me er niet mee bezig hoef te houden. Ze zeiden me ook dat keihard werken niet betekent dat ik de hele tijd zelf aan het werk hoef te zijn. Ga ook wat anders doen, zeiden ze. Hou goed contact met ons. Je zult zien dat dat kan.
Ze zijn trouwens Lytara aan het helpen op dit moment. Misschien zijn ze daar al een heel eind opgeschoten. We waren echt heel vroeg ons bed uit, mam.’
‘Lytara doet ook een project?’
‘Een super project! Wil je het zien? Het is helemaal boven. Kasteel door, alsof je naar de tuin boven loopt. En dan gewoon op het geluid afgaan. Als je geheimzinnig tinkelen of fluiten in de wind hoort, is dat goed. Daar moet je dan zijn. Ze hebben een klankpaleis gebouwd. Tara gaat er workshops en performances doen. Te gek mooi. Loop langs als je zin hebt! Ze zal dat tof vinden. Ik weet dat ze er nu mee bezig is. Want we appen natuurlijk de hele tijd met elkaar.’
‘Vengas, ik hou van je. Je bent lekker bezig. En weet je wat? Ik ga dat doen en bij haar kijken. En wanneer zullen we eens gaan eten samen?’
‘Dan wel met onze John Dee, D van Daddy, erbij toch?’ zei Vengas, ‘and my Tara. Of wilde je een exclusief moeder-zoon-diner? Nee hè? Dus met z’n vieren! Ik wil heel graag. Alleen lukt het niet vandaag. Waarschijnlijk zijn we allebei de hele dag bezig en worden we door hun catering een beetje in leven gehouden. Die is trouwens goed. Het zal laat worden vandaag en morgen is het weer vroeg op. Ze houden hier wel siëst, geloof ik. Daar gaan Tara en ik zeker gebruik van maken!’
‘Nou lieverd, ik wens je dan eerst veel creatief plezier en straks een heel prettige en eh.. serene middagrust!’
Ze keek hem daarbij ondeugend aan. Hij moest erom lachen.
‘Deal mam, sereen. As ever.’
Ze namen afscheid.
Sheila liep de weg op die naar boven leidde. Ondertussen keek ze om zich heen. Bij een stalletje kocht ze zoete wafels. Ze kreeg het gevoel alsof ze weer op kermissen van haar kinderjaren rondliep. De sfeer was gemoedelijk en kennelijk was er een beleid dat harde muziek en versterking van stemmen tegenhield. Inmiddels was een hele kasteelbevolking op de been die soms middeleeuws en soms modern gekleed ging. Er renden overal kinderen rond.
Verder naar boven liet ze de bedrijvigheid achter zich. Ze werd alert op geluiden van Lytara’s opstelling maar was daarvoor nog te ver weg. Het uitzicht over de bergen was fenomenaal, want het was die dag bijzonder helder. Ze kwam op de hoogvlakgte en struinde door het hoge gras. En ineens hoorde ze het.
Het was inderdaad uiterst fijn getinkel dat nauwelijks boven het geluid van de wind uitkwam. Ze was zich daardoor meteen bewust van het suizen van de wind zelf. Er klonken van verre flarden van stemmen die in diverse soorten Engels aan het overleggen waren. Ze liep op de geluiden af. Er was ineens een gewabbel als van een steeldrum maar de klanken leken willekeurig, alsof iets in de wind vanzelf bewoog. Ze volgde het pad verder en kwam tussen schapen en geiten met hun eigen blaten en mekkeren. Tegelijk werd een geluid hoorbaar alsof was aan een lijn hing te wapperen, maar dan groot. Reuzenwas aan een reuzenlijn.
Even later zag ze de twee grote, metershoge fel oranje gordijnen, die schijnbaar in het niets hingen en wervelende patronen maakten in de bries van de hoogvlakte: De gordijnen wapperden los op en neer maar verschoven niet, op hun plaats gehouden door één of andere constructie die ze niet kon zien. In het midden was een brede doorgang en het pad liep er doorheen. Ze ging tussen de grote gordijnen door. Ze bleef verbaasd staan in een enorm kring van stenen.
Tegenover zich op enkele tientallen meters afstand zag ze een man met een alpenhoorn, die vriendelijk naar haar zwaaide. Hij gebaarde naar het reusachtige instrument, zette aan en produceerde een diepe luide toon, die als een scheepsfluit weerkaatste tussen de bergen. Ze zag mensen met buizen en kabels lopen en tribunes bouwen. Tussen hen in zag ze ineens Lytara. Die had haar ook ontdekt. Ze zwaaide naar Sheila en liep recht op haar af.
‘O, wat leuk dat je komt kijken! We zijn hier aan het opbouwen. Morgen gaan we beginnen. O, ik vind het zo spannend! Vengas had me al laten weten dat je misschien zou komen.’
Lytara wees op haar smartphone in haar rechterhand en vroeg Sheila:
‘Zal ik je een rondleiding geven?’
‘Lieverd, ik wil je niet van je werk afhouden!’
‘O, maar ik heb dezelfde ontzettend luxe positie als Vengas daar beneden. Met het verschil dat hij natuurlijk toch aan het sjouwen is, als een beer. Terwijl ik hier eigenlijk maar wat rondloop en vragen beantwoord van mensen die de set opbouwen. Het zijn filmmensen in het gewone leven, vandaar dit woord. Ze praten ontzettend in filmtermen en je neemt het dan gewoon van ze over. En ze kunnen echt alles. Kijk toch.’
Ze liet Sheila zien hoe ze vaste posities in de grote klankkring hadden opgebouwd met stenen die ze gevonden hadden en kunstig hadden geplaveid op egaal gemaakte ondergrond. Ze hadden kabels ingegraven waardoor je ze niet zag. Er was een binnentribune ontstaan die bestond uit draaibare kubussen in zandkleur, die niet opvielen, en een met de glooiing van het land meegolvende buitentribune, in een grote halve ring om het geheel heen. Helemaal in het midden stond een vrij klein podium dat van alle kanten zichtbaar was. Aan boomtakken waren schijnwerpers opgehangen. Ze werden juist op dit moment getest zodat tussen het zonlicht door af en toe kleurige vlekken op verschillende plaatsen verschenen. Aan een zijkant onder de schaduw van een boom stond een groot controlepaneel met beeldschermen. Je zag verschillende stroom- en andere kabels en er stonden regisseursstoeltjes. Daarnaast een cateringwagen waar enkele mensen iets stonden te drinken en weer verder gingen met waar ze op dat moment mee bezig waren.
‘Kijk,’ wees Lytara, ‘het geheel is zo vormgegeven dat de meest technische en constructieve elementen haast onzichtbaar zijn. Het beeld van een hoogvlakte met de zomerhemel erboven is grotendeels intact gebleven. Wat knap hè? Want geloof me, er is hier echt heel veel techniek aanwezig!’
Vanaf de plaats waar Sheila en Lytara met elkaar praatten zagen ze de klankelementen tegen de achtergrond van de hemel. Hun vormen hadden een geheimzinnige lading die in de verte aan die van steencirkels uit prehistorische tijden deed denken. Ze leken uit de hemel gevallen en gaven hun geluiden aan de natuur om hen heen al terug in eindeloze variaties en klankguirlandes. Het meest spectaculair was het wapperen van de enorme, zwevende gordijnen.
‘Hoe hebben ze dat toch gedaan?’ vroeg Sheila.
‘Met glasvezelkabels.’ zei Lytara, ‘Op veilige hoogte, hoor! Want daar wil je echt niet tegen aanlopen. Ook dit weer nagenoeg onzichtbaar, en oersterk. Het doet me denken aan surrealistische schilderijen, van Magritte bijvoorbeeld. Daar zweven ook soms dingen rond, schijnbaar zonder zwaartekracht.’
‘Oh ja, Lytara, ik ken ze, Maar wacht eens, er was toch ook zo’n kunstenaar die gebouwen inpakte en met een gordijn een hele vallei wilde afsluiten?’
‘Je bedoelt Christo? Ja precies, die! Samen met Jeanne-Claude, zijn vrouw dan hè? Die wordt, zoals dat helaas vaak gaat, meestal vergeten. Ja, geweldig was dat. Nou, hier is het wel een beetje kleiner. Maar ook duurzamer. Die van hem hield het geloof ik maar een half uurtje. Vind je het mooi?’
‘Prachtig! En vertel je me nog wat over je project zelf?’
‘Er komen workshops en performances. We zijn druk met planning bezig. Morgen of overmorgen wordt het bekend gemaakt. Morgen ga ik trouwens zelf meteen voor de leeuwen. Want dan komen dertig mensen van McIntyre en die willen een klankworkshop met me doen. Management of zo. Ik vind het super spannend. McIntyre is de grote geldgever van het festival.’
‘Lytara, geweldig! Wat die mensen van morgen betreft: jij maakt een ervaring mogelijk voor hen, moet je maar denken. Je schenkt ze iets wat compleet out of the box is! En daar hebben ondernemende mensen altijd ongelooflijk behoefte aan. Dat drinken ze in. Omdat ze zichzelf voortdurend moeten vernieuwen. Kunst en kunstvormen waar je zelf deel van mag zijn en waarmee je mag spelen. Ze zullen jou vast heel erg dankbaar zijn!’
‘Nou, ik vind het toch spannend, Sheila. Tot gisteren had ik alleen een project uit mijn studie in mijn hoofd waarvan ik niet wist of dat ooit gerealiseerd zou worden. En nu staat het er en is mooier dan ik had kunnen dromen. Nu hopen dat het ook goed wordt.’
‘Lieverd, het is al goed! Kijk rond. Laat de omgeving en jouw opstelling hun werk doen. Je hebt iets heel moois gemaakt. Nodig mensen uit om hier te komen spelen. En dan gaan ze dat doen. En dat is toch het allermooiste?’
Lytara keek Sheila onderzoekend aan.
‘Echt?’ vroeg ze.
‘Echt.’
‘Maar ik moet het toch nog steeds doen?’
’Welnee. Je hebt het grotendeels al gedaan. Nu moet je er vooral zijn. Genieten wat al die mensen ervan gaan maken.’
‘Weet je?’ zei Lytara, ‘Dat is nou precies wat ook de mensen van het Creative Department tegen me zeiden! Ik denk dat jullie allemaal gelijk hebben. Maar toch ben ik zenuwachtig!’
‘Natuurlijk ben je dat! Lytara, denk je even in. Stel dat dat niet zou zijn? Zou dat beter zijn?’
‘Oh ja, dat is ook weer waar! Nee, dat zou niet goed zijn.’
‘Dus gewoon loei-zenuwachtig zijn en gewoon zeggen hoe spannend je het vindt. Je hebt het resultaat niet in de hand, hè? Dan gaan zij vervolgens heel erg hun best doen. En al bakken ze er in jouw ogen niks van: dan nog is het hier gewoon ontzéttend mooi en ze zullen er heel veel aan beleefd hebben. Toch?’
De twee vrouwen omarmden elkaar spontaan. Even waren hun gezichten heel dicht bij elkaar. Lytara zuchtte. Ineens zag ze er ontspannen uit.
‘Dank je wel , Sheila!” zei ze, “Ik ga het gewoon doen. Je weet dat dit een studieproject van me is geweest? Op MassArt in Boston? En dat daar uiteindelijk geen geld voor was?’
‘Nee, dat wist ik niet. Wat heftig. Maar wat fijn dat, dankzij alle autobanden in de wereld, er nu dus wél geld voor is. Voor jouw plannen. En die van Vengas. En van iedereen die iets origineels heeft en er wat mee wil doen. Ik kom nog weer bij je kijken hoor! Ik loop nu nog verder rond. Ik ben nu toch hier bij de top van de berg. Succes! Enne.. Vengas en ik plannen binnenkort een etentje met z’n vieren. Maar we weten nog niet wanneer. Hij en jij zijn nu te druk, zei hij. Maar het komt wel.’
Ze namen hartelijk afscheid van elkaar.
Sheila liep het terrein af, en ging door de oranje gordijnen…
Copyright © 2020 Nina van Immerzeel
Volgende hoofdstukken:



